Artikel
1
1
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder:
|
1. |
productschap |
: |
het Produktschap voor Vee en Vlees; |
|
2. |
richtlijn |
: |
Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen nummer 96/23/EG van 29 april 1996 inzake controle- maatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in produkten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664 (PbEG L 125); |
|
3. |
regeling |
: |
Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten; |
|
4. |
verboden stoffen |
: |
de stoffen, genoemd in bijlage I bij deze verordening; |
|
5. |
in de handel brengen |
: |
voorhanden of in voorraad hebben, ge- en verbruiken, vervoeren, aanvoeren, ontvangen, afleveren, te koop aanbieden, kopen of vervreemden; |
|
6. |
een goed voorhanden hebben |
: |
de beschikking hebben over het gebouw, terrein of andere plaats, waar een goed zich bevindt, dan wel een goed op enigerlei wijze, hetzij direct, hetzij indirect, onder zich hebben, ongeacht of het hem al dan niet toebehoort; |
|
7. |
een goed in voorraad hebben |
: |
hij, aan wie het goed toebehoort, ongeacht waar het zich bevindt; |
|
8. |
runderen |
: |
landbouwhuisdieren behorende tot de familie der Bovidae en het geslacht Bos; |
|
9. |
producten |
: |
vlees en vleesproducten afkomstig van runderen; |
|
10. |
bedrijf |
: |
bedrijf als bedoeld in artikel 1., onderdeel r., aanhef en eerste gedachtestreepje, van de Regeling identificatie en registratie van dieren 2002; |
|
11. |
be- of verwerker |
: |
ondernemer die zich toelegt op het slachten van runderen of de be- of verwerking van rundvlees; |
|
12. |
certificeren |
: |
het toelaten van een deelnemer aan een erkend systeem van zelfcontrole welke is erkend volgens de criteria gesteld in de bijlage bij deze verordening; |
|
13. |
gecertificeerd bedrijf |
: |
een bedrijf dat in het kader van deze verordening gecertificeerd is; |
|
14. |
wachttermijn |
: |
de termijn die na laatste toediening van een diergeneesmiddel ingevolge het bij of krachtens de Diergeneesmiddelenwet en de Vleeskeuringswet in acht moet worden genomen voordat het dier mag worden geslacht of producten van het dier voor consumptie mogen worden bestemd. |