Besluit van 26 augustus 1999 tot invoering van nieuwe posten voor de heffing van kanselarijrechten

Invoeringsbesluit nieuwe posten voor heffing van kanselarijrechten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 20 augustus 1999, nr. DJZ/BR/1091-98;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

De ambtenaar heft als kanselarijrecht:

post 126: voor het verlenen van een visum voor meervoudige binnenkomsten met een geldigheidsduur van:

twee jaar: € 80

drie jaar: € 110

vier jaar: € 140

vijf jaar: € 170

post 127: voor het verlenen van een collectief visum met een of twee binnenkomsten ten behoeve van tenminste 5 en ten hoogste 50 personen: € 30 + € 1 per persoon.

post 128: voor het verlenen van een visum voor een verblijf van ten hoogste negentig dagen met een binnenkomst: € 30.

post 129: voor het in behandeling nemen van een visumaanvraag: het voor afgifte van het desbetreffende visum vastgestelde kanselarijrecht, met dien verstande dat dit kanselarijrecht uitsluitend verschuldigd is indien de aanvraag wordt ingetrokken of afgifte van het gevraagde visum wordt geweigerd.

Artikel

2

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 1999.

Onze Minister van Buitenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Buitenlandse Zaken, J. J. van Aartsen
De Minister van Justitie, A. H. Korthals