Regeling subsidiëring samenwerkingsverbanden en gezamenlijke rechtspersoon minderheden

Regeling subsidiëring samenwerkingsverbanden en gezamenlijke rechtspersoon minderheden

De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid

Besluit:

Hoofdstuk

I

Inleidende bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
Landelijk overleg minderheden:

Landelijk overleg minderheden als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5 van de Wet overleg minderhedenbeleid;

b.
gezamenlijke rechtspersoon:
c.
basissubsidie:

subsidie, die afhankelijk is van de grootte van de minderheidsgroep(en) die het samenwerkingsverband vertegenwoordigt, voor de basiskosten van een samenwerkingsverband;

d.
complexiteitssubsidie:

subsidie voor een samenwerkingsverband waarvan de communicatie met de minderheidsgroep(en) die het vertegenwoordigt, in vele talen plaatsvindt.

Artikel

2

Hoofdstuk

II

Subsidieaanvraag

Artikel

4

Artikel

5

Artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op deze regeling met dien verstande dat in het activiteitenplan van een samenwerkingsverband in het bijzonder aandacht wordt besteed aan:

  • a.

    beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten ten behoeve van inbreng in het Landelijk overleg minderheden;

  • b.

    beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten gericht op het verstrekken van informatie aan de minderheidsgroep of -groepen die het vertegenwoordigt, over de overlegactiviteiten van het samenwerkingsverband, zowel in aankondigende als in rapporterende zin;

  • c.

    beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten gericht op het verwerven van informatie onder de achterban over de gevolgen van beleidsinitiatieven en op het consulteren van de minderheidsgroep of -groepen die het samenwerkingsverband vertegenwoordigt;

  • d.

    beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten en projecten gericht op specifieke doelgroepen. Deze specifieke doelgroepen betreffen in ieder geval jongeren, vrouwen en ouderen;

  • e.

    activiteiten van het bestuur;

  • f.

    beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten gericht op (a) het vergroten van het bereik van het netwerk van een samenwerkingsverband indien sprake is van een netwerkorganisatie en (b) dan wel het vergroten van de participatie in het samenwerkingsverband van alle organisaties uit de eigen minderheidsgroep of te onderscheiden minderheidsgroepen indien sprake is van een koepelorganisatie;

  • g.

    maatregelen om de effectiviteit en representativiteit van het bestuur van het samenwerkingsverband in relatie tot de minderheidsgroep of te onderscheiden minderheidsgroepen waarvan het de belangen behartigt, te verhogen.

Artikel

6

Artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op deze regeling met dien verstande dat in het activiteitenplan van de gezamenlijke rechtspersoon in het bijzonder aandacht wordt besteed aan:

  • a.

    beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten ten behoeve van inbreng in het Landelijk overleg minderheden;

  • b.

    beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten gericht op het verstrekken van informatie aan de samenwerkingsverbanden;

  • c.

    beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten in het kader van gemeenschappelijke aangelegenheden van de samenwerkingsverbanden;

  • d.

    beoogde producten, aard en doelstellingen van gemeenschappelijke activiteiten en projecten gericht op specifieke doelgroepen. Deze specifieke doelgroepen betreffen in ieder geval jongeren, vrouwen en ouderen;

  • e.

    activiteiten van het bestuur.

Artikel

7

Artikel 4:63 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met dien verstande dat de begroting van een samenwerkingsverband en van de gezamenlijke rechtspersoon opgebouwd dient te zijn uit de volgende onderdelen:

  • personele kosten (en de personeelsformatie);

  • apparaatskosten;

  • activiteitenkosten.

Hoofdstuk

III

Subsidieverlening

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Hoofdstuk

IV

Voorschriften inzake de financiële en inhoudelijke verantwoording en de subsidievaststelling

Artikel

12

Bij de samenstelling van het financiële jaarverslag wordt een bestendige gedragslijn gevolgd. In de toelichting op het jaarverslag worden de waarderingsgrondslagen van actief- en passiefposten vermeld. Vaste activa worden gewaardeerd op basis van aanschafprijzen.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Na vaststelling van de subsidie stort het samenwerkingsverband of de gezamenlijke rechtspersoon teveel ontvangen voorschotten of subsidie terstond terug, tenzij de Minister tot verrekening op andere wijze heeft besloten.

Artikel

17

Artikel

17a

Het activiteitenverslag bevat ten minste een rapportage met betrekking tot:

  • a.

    de mate waarin feitelijk wordt voldaan aan de statutaire bepalingen, bedoeld in artikel 2, derde lid;

  • b.

    de namen, adressen en telefoonnummers van de organisaties van de minderheidsgroep of te onderscheiden minderheidsgroepen waarvan het samenwerkingsverband de belangen behartigt in het geval het een koepelorganisatie betreft en het benoemen van informele structuren, ad hoc verbanden en sleutelfiguren in het geval het om een netwerkorganisatie gaat;

  • c.

    de bestuurlijke ontwikkelingen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c;

  • d.

    de inspanningen welke zijn verricht om de representativiteit van het samenwerkingsverband in stand te houden en te verbeteren;

  • e.

    de resultaten, voortvloeiende uit de inspanningen, bedoeld in onderdeel d.

Artikel

18

Hoofdstuk

V

Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel

20

Een samenwerkingsverband en de gezamenlijke rechtspersoon verzekeren hun burgerrechtelijke aansprakelijkheid tegenover derden voor een som van € 2.300.000 per gebeurtenis en per geval, en verzekeren hun onroerende goederen tegen brandschade naar herbouwwaarde en hun roerende goederen tegen brandschade en diefstal.

Hoofdstuk

VI

Toezicht op de naleving van de verplichtingen van de subsidie ontvanger

Artikel

21

De ambtenaren van de Rijksauditdienst van het Ministerie van Financiën en van de Algemene Rekenkamer zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de ontvanger van de subsidie opgelegde verplichtingen. Door de subsidie-ontvanger wordt op eerste vordering alle informatie verstrekt die zij noodzakelijk achten. De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat zijn accountant meewerkt aan door of namens de departementale accountantsdienst in te stellen onderzoek naar de door de accountant verrichte werkzaamheden.

Hoofdstuk

VII

Slotbepalingen

Artikel

22

Artikel

23

Het Besluit subsidiëring samenwerkingsverbanden minderheidsgroepen en de Aanwijzingen bij dit besluit worden ingetrokken op 1 januari 2000.

Artikel

24

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidiëring samenwerkingsverbanden en gezamenlijke rechtspersoon minderheden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister voor Grote Steden- en IntegratiebeleidR.H.L.M. van Boxtel