subsidie, die afhankelijk is van de grootte van de minderheidsgroep(en) die het samenwerkingsverband vertegenwoordigt, voor de basiskosten van een samenwerkingsverband;
d.
complexiteitssubsidie:
subsidie voor een samenwerkingsverband waarvan de communicatie met de minderheidsgroep(en) die het vertegenwoordigt, in vele talen plaatsvindt.
Artikel
2
1
Voor verlening van subsidie ingevolge deze regeling komen in aanmerking de samenwerkingsverbanden die door de Minister zijn toegelaten tot het Landelijk overleg minderheden, alsmede de door de Minister erkende gezamenlijke rechtspersoon.
2
Het doel van de subsidie is om de samenwerkingsverbanden en de gezamenlijke rechtspersoon in staat te stellen coördinerend en voorwaardenscheppend werkzaam te zijn ten behoeve van het Landelijk overleg minderheden.
De subsidie voor een samenwerkingsverband en voor de gezamenlijke rechtspersoon voor enig kalenderjaar dient vóór 1 november van het daaraan voorgaande jaar bij de Minister te worden aangevraagd. Deze aanvraag dient gemotiveerd te zijn.
Artikel
5
Artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op deze regeling met dien verstande dat in het activiteitenplan van een samenwerkingsverband in het bijzonder aandacht wordt besteed aan:
a.
beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten ten behoeve van inbreng in het Landelijk overleg minderheden;
b.
beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten gericht op het verstrekken van informatie aan de minderheidsgroep of -groepen die het vertegenwoordigt, over de overlegactiviteiten van het samenwerkingsverband, zowel in aankondigende als in rapporterende zin;
c.
beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten gericht op het verwerven van informatie onder de achterban over de gevolgen van beleidsinitiatieven en op het consulteren van de minderheidsgroep of -groepen die het samenwerkingsverband vertegenwoordigt;
d.
beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten en projecten gericht op specifieke doelgroepen. Deze specifieke doelgroepen betreffen in ieder geval jongeren, vrouwen en ouderen;
e.
activiteiten van het bestuur.
Artikel
6
Artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op deze regeling met dien verstande dat in het activiteitenplan van de gezamenlijke rechtspersoon in het bijzonder aandacht wordt besteed aan:
a.
beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten ten behoeve van inbreng in het Landelijk overleg minderheden;
b.
beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten gericht op het verstrekken van informatie aan de samenwerkingsverbanden;
c.
beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten in het kader van gemeenschappelijke aangelegenheden van de samenwerkingsverbanden;
d.
beoogde producten, aard en doelstellingen van gemeenschappelijke activiteiten en projecten gericht op specifieke doelgroepen. Deze specifieke doelgroepen betreffen in ieder geval jongeren, vrouwen en ouderen;
e.
activiteiten van het bestuur.
Artikel
7
Artikel 4:63 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met dien verstande dat de begroting van een samenwerkingsverband en van de gezamenlijke rechtspersoon opgebouwd dient te zijn uit de volgende onderdelen:
personele kosten (en de personeelsformatie);
apparaatskosten;
activiteitenkosten.
Hoofdstuk
III
Subsidieverlening
Artikel
8
1
De per samenwerkingsverband te verlenen subsidie bestaat uit een basissubsidie, die afhankelijk is van de grootte van de minderheidsgroep die het samenwerkingsverband vertegenwoordigt.
2
De per samenwerkingsverband te verlenen subsidie kan tevens bestaan uit een complexiteitssubsidie.
Artikel
9
1
De Minister stelt de maximale hoogte vast van de basissubsidie voor de samenwerkingsverbanden.
2
Telkens wanneer de hoogte van de basissubsidie wijziging ondergaat, maakt de Minister dit bekend in de Staatscourant.
3
Ten behoeve van de basissubsidie van de samenwerkingsverbanden worden twee categorieën onderscheiden:
samenwerkingsverbanden die minderheidsgroepen van minder dan 100.000 personen tot doelgroep hebben;
samenwerkingsverbanden die minderheidsgroepen van 100.000 of meer personen tot doelgroep hebben.
4
De complexiteitssubsidie wordt verleend aan die samenwerkingsverbanden die kunnen aantonen dat de communicatie met de minderheidsgroep of - groepen die het vertegenwoordigt -, in vele talen plaatsvindt, en dat dit belangrijke organisatorische en financiële consequenties voor het samenwerkingsverband heeft. De complexiteitssubsidie bedraagt per samenwerkingsverband maximaal € 22.689,01 per jaar.
5
Het maximaal door de samenwerkingsverbanden te besteden bedrag aan bestuurskosten bedraagt 9% van de basissubsidie.
Artikel
10
1
De Minister stelt de maximale hoogte vast van de subsidie voor de gezamenlijke rechtspersoon.
2
Telkens wanneer de hoogte van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, wijziging ondergaat, maakt de Minister dit bekend in de Staatscourant.
3
Het maximaal door de gezamenlijke rechtspersoon te besteden bedrag aan bestuurskosten bedraagt 5% van de subsidie.
Hoofdstuk
IV
Voorschriften inzake de financiële en inhoudelijke verantwoording en de subsidievaststelling
Bij de samenstelling van het financiële jaarverslag wordt een bestendige gedragslijn gevolgd. In de toelichting op het jaarverslag worden de waarderingsgrondslagen van actief- en passiefposten vermeld. Vaste activa worden gewaardeerd op basis van aanschafprijzen.
Artikel
13
1
De aanschaffingsprijzen van onroerende goederen en overige duurzame goederen, alsmede de kosten van verbouwing of groot onderhoud van deze goederen worden als activa in de balans van een samenwerkingsverband en van de gezamenlijke rechtspersoon opgenomen.
2
De afschrijvingen, bestemmingsgiften en ontvangen subsidies met betrekking tot de in het eerste lid genoemde posten komen in de balans tot uitdrukking.
Artikel
14
1
De afschrijvingen van inventarisgoederen, m.u.v. computerapparatuur, van een samenwerkingsverband en van de gezamenlijke rechtspersoon met een aanschaffingsprijs van meer dan duizend gulden bedraagt per jaar ten hoogste 20% van de aanschaffingsprijs, nadat daarop de ontvangen bestemmingsgiften en investeringssubsidies in mindering zijn gebracht.
2
De afschrijvingen van computerapparatuur van een samenwerkingsverband en van de gezamenlijke rechtspersoon bedragen ten hoogste 33,3% van de aanschaffingsprijs, nadat daarop de ontvangen bestemmingsgiften en investeringssubsidies in mindering zijn gebracht.
3
De hoogte van afschrijvingen van onroerend goed van een samenwerkingsverband en van de gezamenlijke rechtspersoon wordt in overleg met de Minister vastgesteld.
Artikel
15
1
Indien de totale subsidiabele uitgaven in enig jaar beneden de verleende subsidie blijven dan zal dit batige saldo tot maximaal tien procent van deze verleende subsidie worden toegevoegd aan de algemene reserve van een samenwerkingsverband of van de gezamenlijke rechtspersoon.
2
De algemene reserve, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste € 22.689,01.
3
Een nadelig saldo van een samenwerkingsverband of van de gezamenlijke rechtspersoon zal ten laste van deze reserve worden gebracht.
Artikel
16
Na vaststelling van de subsidie stort het samenwerkingsverband of de gezamenlijke rechtspersoon teveel ontvangen voorschotten of subsidie terstond terug, tenzij de Minister tot verrekening op andere wijze heeft besloten.
Het onderzoek van de accountant van het verslag geschiedt aan de hand van het door de Minister vast te stellen controleprotocol.
Artikel
18
Bij te late indiening van het financiële verslag en het activiteitenverslag kan een korting worden toegepast welke maximaal 5% bedraagt van de voor dat verslagjaar vast te stellen subsidie.
Hoofdstuk
V
Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Artikel
19
Artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met dien verstande dat tevens een wijziging in de personen die handelingsbevoegd zijn, dient te worden gemeld aan de Minister.
Artikel
20
Een samenwerkingsverband en de gezamenlijke rechtspersoon verzekeren hun burgerrechtelijke aansprakelijkheid tegenover derden voor een som van vijf miljoen gulden per gebeurtenis en per geval, en verzekeren hun onroerende goederen tegen brandschade naar herbouwwaarde en hun roerende goederen tegen brandschade en diefstal.
Hoofdstuk
VI
Toezicht op de naleving van de verplichtingen van de subsidie ontvanger
Artikel
21
De ambtenaren van de departementale Accountantsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van de Algemene Rekenkamer zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de ontvanger van de subsidie opgelegde verplichtingen. Door de subsidie-ontvanger wordt op eerste vordering alle informatie verstrekt die zij noodzakelijk achten. De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat zijn accountant meewerkt aan door of namens de departementale accountantsdienst in te stellen onderzoek naar de door de accountant verrichte werkzaamheden.
Hoofdstuk
VII
Slotbepalingen
Artikel
22
1
Deze regeling treedt voor de gezamenlijke rechtspersoon in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2
In afwijking van artikel 4 dient de gezamenlijke rechtspersoon de subsidieaanvraag voor het jaar 1999 uiterlijk op 1 oktober 1999 in.
3
Deze regeling treedt voor de samenwerkingsverbanden in werking op 1 januari 2000, met uitzondering van de artikelen 4, 5 en 7 die in werking treden met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel
23
Het Besluit subsidiëring samenwerkingsverbanden minderheidsgroepen en de Aanwijzingen bij dit besluit worden ingetrokken op 1 januari 2000.
Artikel
24
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidiëring samenwerkingsverbanden en gezamenlijke rechtspersoon minderheden.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag
De Minister voor Grote Steden- en IntegratiebeleidR.H.L.M. van Boxtel