Wet van 16 september 1999, houdende wijzigingen van technische aard van enige belastingwetten c.a.

Wijzigingswet Wet op de inkomstenbelasting 1964 (technische aard)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele wijzigingen van technische aard aan te brengen in enige belastingwetten en daarmee samenhangende wetten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL

I

Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

ARTIKEL

II

Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.

ARTIKEL

III

Wijzigt de Wijzigingswet enkele belastingwetten c.a. (belastingplan 1998).

ARTIKEL

IV

Wijzigt de Wijzigingswet enkele belastingwetten c.a. (belastingplan 1999).

ARTIKEL

V

Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

ARTIKEL

VI

Wijzigt de Wet herziening fiscale procesrecht en de Meststoffenwet.

ARTIKEL

VII

Indien de Wet van 29 oktober 1998, houdende aanpassing van het fiscale procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal fiscale en andere wetten (herziening van het fiscale procesrecht) (Stb. 621) in werking treedt, gelden voor de leden en de plaatsvervangende leden van de Tariefcommissie die zijn benoemd voor de inwerkingtreding van die wet en die niet voldoen aan de in artikel 2, tweede lid, van de Tariefcommissiewet, zoals dat luidt na de inwerkingtreding van de genoemde wet van 29 oktober 1998, gestelde opleidingseisen, deze eisen niet, zo nodig met terugwerkende kracht tot en met het tijdstip waarop de genoemde wet van 29 oktober 1998 in werking is getreden.

ARTIKEL

VIII

Wijzigt de Wet fiscale behandeling van pensioenen.

ARTIKEL

IX

Wijzigt de Zeevaartbemanningswet.

ARTIKEL

X

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Financiën, W. A. F. G. Vermeend
De Minister van Justitie, A. H. Korthals