Artikel
I
Wijzigt de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
Wijzigt de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf.
Wijzigt de Wet toezicht kredietwezen 1992.
Wijzigt de Wet toezicht effectenverkeer 1995.
Wijzigt de Wet toezicht beleggingsinstellingen.
Wijzigt de Pensioen- en spaarfondsenwet.
Wijzigt de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling.
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Wijzigt de Mededingingswet.
Gedurende drie jaar na inwerkingtreding van artikel I, onderdelen G en L, en artikel II, onderdeel D, dient een verzekeraar, in afwijking van de termijn genoemd in de artikelen 72, eerste lid, en 100, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, onderscheidenlijk in artikel 33, eerste lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, de in die artikelleden bedoelde staten uiterlijk zes maanden na afloop van elk boekjaar bij de Verzekeringskamer in.
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel I, onderdeel F, punt 2, met betrekking tot artikel 66, derde lid (nieuw) en onderdeel K, punt 2, met betrekking tot artikel 94, derde lid (nieuw) van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor onderscheiden branches verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.