Artikel
1
De bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, b, en c van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag worden met ingang van 1 januari 2000 onderscheidenlijk als volgt vastgesteld:
-
a.
f 2406,30;
-
b.
f 555,30;
-
c.
f 111,06.