Voor de toepassing van deze regeling wordt onder beroepsopleiding verstaan:
a.
een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2 van de WEB verzorgd aan een scholingsinstituut;
b.
het op basis van een overeenkomst tussen een scholingsinstituut en een instelling verrichten van diensten door de instelling gericht op het behalen van een diploma van een beroepsopleiding door een arbeidsgehandicapte deelnemer.
De subsidie wordt voor het kalenderjaar 1999 op aanvraag verleend.
2
De aanvraag wordt door het scholingsinstituut ingediend uiterlijk twee weken na publicatie van deze regeling. Indien het verzoek wordt ingediend na de in de vorige volzin bedoelde datum wordt het verzoek niet in behandeling genomen.
3
De aanvraag gaat vergezeld van:
a.
een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd,
b.
de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dan wel de balans en de staat van de baten en lasten en de toelichting daarop of, indien deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag,
c.
een accountantsverklaring waaruit het aantal arbeidsgehandicapte deelnemers blijkt dat op 1 oktober 1998 een beroepsopleiding, bedoeld in artikel 2, aan dat instituut volgde.
Artikel
5
Verlenen subsidie
1
De minister verleent het scholingsinstituut voor de boekjaren 1999 tot en met 2003 aanspraak op een subsidie ten behoeve van de kosten van de beroepsopleiding van arbeidsgehandicapte deelnemers.
2
Aan de aanspraak, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende voorwaarden verbonden:
a.
het scholingsinstituut dient elk jaar een financiële verantwoording in bij de minister,
b.
op de administratie van de instelling zijn afschriften aanwezig van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 2, onderdeel b.
Artikel
6
Subsidieplafond
1
Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is per boekjaar een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 544.600. Artikel 4:34 van de Awb is van overeenkomstige toepassing.
2
Als boekjaar geldt het kalenderjaar.
Artikel
7
Hoogte subsidie, betaalbaarstelling
1
De minister stelt de hoogte van de subsidie bedoeld in artikel 5, eerste lid, vast naar rato van het aantal arbeidsgehandicapte deelnemers dat in het jaar 1998 aan elk van de scholingsinstituten een beroepsopleiding volgde.
2
De subsidie wordt met ingang van 2000 in 2 gelijke gedeelten in een door de minister bij beschikking te bepalen kasritme betaald.
3
De subsidie wordt voor 1999 zes weken na ontvangst van de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 4, derde lid onderdeel c, betaald. Op deze subsidie worden voorschotten verleend.
Artikel
8
Financieel verslag
Het scholingsinstituut dient uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar waarvoor de subsidie is bestemd, een jaarrekening met een accountantsverklaring in bij de minister, waarin wordt verklaard dat de gelden zijn besteed voor het doel waarvoor deze zijn bestemd.
Artikel
9
Informatieplicht
Het scholingsinstituut werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.
Artikel
10
Publicatie
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel
11
Inwerkingtreding
1
Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1999.
2
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2004, met uitzondering van artikel 8 dat vervalt op 1 juli 2004.
Artikel
12
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling toekennen subsidie scholingsinstituten Wet REA.
Den Haag
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, L.M.L.H.A.Hermans