Regeling aanwijzing nationaal park i.o. De Utrechtse Heuvelrug

Regeling aanwijzing nationaal park in oprichting De Utrechtse Heuvelrug

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Gezien het advies van de Voorlopige Commissie Nationale Parken van 6 juli 1998;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
minister:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

b.
overlegorgaan:

overlegorgaan als bedoeld in artikel 3;

c.
nationaal park:

gebied zoals omschreven in het Structuurschema Groene Ruimte (kamerstukken II 1992/93, 22.880, nr. 5, blz. 9).

Artikel

2

Als nationaal park in oprichting wordt aangewezen het natuurgebied De Utrechtse Heuvelrug, zoals aangegeven op de als bijlage bij deze regeling behorende kaart.

Artikel

3

Er is een overlegorgaan nationaal park in oprichting De Utrechtse Heuvelrug.

Artikel

4

Artikel

5

Het overlegorgaan neemt bij de uitvoering van zijn taak als uitgangspunt het advies van de Voorlopige Commissie Nationale Parken van 6 juli 1998 als ook de brief van 11 januari 1999 met kenmerk DN. 19981184 inhoudende het beleidsstandpunt van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij daaromtrent.

Artikel

6

In het overlegorgaan hebben zitting:

  • a.

    een door de minister te benoemen lid, tevens voorzitter;

  • b.

    door de minister te benoemen leden, als vertegenwoordiger en op voordracht van respectievelijk:

    • 1.

      de provincie Utrecht;

    • 2.

      de stichting het Utrechts Landschap;

    • 3.

      Staatsbosbeheer;

    • 4.

      de Vereniging Natuurmonumenten;

    • 5.

      de Stichting Stichtse Milieufederatie;

    • 6.

      de gemeenten Amerongen, Maarn, Rhenen, Doorn, Leersum, Driebergen-Rijsenburg, Veenendaal en Woudenberg

    • 7.

      de particuliere eigenaren;

    • 8.

      het waterschap Vallei en Eem en het waterschap De Stichtse Rijnlanden;

    • 9.

      de recreatie-ondernemers en gebruikers;

    • 10.

      de agrarische gebruikers;

    • 11.

      het recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied.

  • c.

    de Directeur van de Directie LNV Noordwest van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Artikel

7

Artikel

8

Indien in het overlegorgaan belangrijke verschillen van inzicht blijken te bestaan, doet de voorzitter van het overlegorgaan daarvan mededeling aan de minister, die daarop de naar zijn oordeel nodige stappen onderneemt.

Artikel

9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij geplaatst is.

Artikel

10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing nationaal park in oprichting De Utrechtse Heuvelrug.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage die ter inzage wordt gelegd bij de bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Bezuidenhoutseweg 73 in ’s-Gravenhage.

’s-Gravenhage
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, G.H.Faber