Verordening HPA gedroogde voedergewassen 1999

Verordening HPA gedroogde voedergewassen 1999

Het bestuur van het Hoofdproductschap Akkerbouw heeft, gelet op artikel 1 van de Overdrachtsregeling bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen, de artikelen 96, 97 en 98 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en de artikelen 2 en 25 van de Instellingsverordening akkerbouwproductschappen 1997, in aanmerking nemende Verordening (EG) nr. 603/95 van de Raad van 21 februari 1995 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen, gehoord het Productschap Diervoeder, op 11 november 1999 de volgende verordening vastgesteld.

Artikel

1

Deze verordening verstaat onder:

a.

Gemeenschap

:

het gebied van de staten die lid zijn van de Europese Unie;

b.

hoofdproductschap

:

Hoofdproductschap Akkerbouw;

c.

EG-verordeningen

:

Verordening (EG) nr. 603/95 van de Raad van 21 februari 1995 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen en de ter uitvoering daarvan vastgestelde verordeningen van de Raad en de Commissie van de Europese Gemeenschap;

d.

gedroogde voedergewassen

:

de produkten bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 603/95 jo artikel 2 van Verordening (EG) 785/95;

e.

verwerkingsbedrijf

:

het bedrijf dat in het bezit is van een erkenning als bedoeld in artikel 4, eerste lid;

f.

erkende koper

:

de natuurlijke of rechtspersoon die in het bezit is van een erkenning als bedoeld in artikel 4, tweede lid, en die bij de producenten verse voedergewassen koopt om ze aan verwerkingsbedrijven te leveren;

g.

erkende opslagplaats

:

een plaats buiten het terrein van het verwerkingsbedrijf gelegen, waar de gedroogde voedergewassen worden opgeslagen en die ten behoeve van dat bedrijf in het bezit is van een erkenning als bedoeld in artikel 4, tweede lid;

h.

A.I.D.

:

Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

i.

afleveren

:

het verlaten van het verwerkingsbedrijf of een erkende opslagplaats;

j.

partij

:

een hoeveelheid gedroogde voedergewassen van uniforme kwaliteit wat betreft samenstelling en vocht- en eiwitgehalte, die het verwerkingsbedrijf of de erkende opslagplaats op één dag naar dezelfde afnemer op één of meer transportmiddelen verlaat;

k.

toevoegingen

:

produkten, niet soortgelijk aan gedroogde voedergewassen, zoals bindmiddelen, of wel soortgelijk aan gedroogde voedergewassen maar buiten het verwerkingsbedrijf gedroogd en/of vermalen;

l.

mengsel

:

een voor diervoeding bestemd produkt, dat enerzijds gedroogde voedergewassen bevat, welke zijn gedroogd en/of vermalen in het verwerkingsbedrijf, en anderzijds toevoegingen bevat, waarbij de toevoegingen meer dan 3 gewichtsprocent uitmaken van het totale gewicht van het eindprodukt of waarbij het stikstofgehalte meer dan 2,4% in de droge stof bedraagt;

en neemt overigens over de terminologie van de EG-verordeningen.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De aanvraag ter verkrijging van de steun dient door het verwerkingsbedrijf te geschieden door binnen de in de EG-verordeningen gestelde termijnen bij hoofdproductschap de volgende, bij het hoofdproductschap verkrijgbare en door de aanvrager ingevulde en ondertekende formulieren in te dienen:

  • a.

    een verwerkingsen afleveringsoverszicht;

  • b.

    een verwerkingsspecificatie;

  • c.

    een afleveringsspecificatie.

Artikel

7

Artikel

8

Zowel bij het contract als bij de leveringsaangifte bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a dienen de percelen te zijn geïdentificeerd door middel van een uniek perceelsnummer met behulp van een topografische kaart, schaal 1:10.000, afkomstig van de dienst Landelijke Service bij Regelingen (LASER) van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Het verwerkingsbedrijf dient vóór het einde van de maand een opgave, gespecificeerd per week, van de voor de volgende maand te verwachten afleveringen in bij de AID, teneinde de AID in staat te stellen in elk verkoopseizoen

  • voor ten minste 5% van de gedroogde voedergewassen die als zodanig het verwerkingsbedrijf verlaten, en

  • voor ten minste 5% van de gedroogde voedergewassen, verwerkt in een mengsel, toe te zien op de gewichtsvaststelling, monsters te nemen en deze te laten analyseren.

Artikel

13

Indien blijkt dat degene, die een aanvraag als bedoeld in artikel 6, heeft ingediend, niet aan één of meer in de vorige artikelen gestelde voorwaarden en voorschriften heeft voldaan, kan het hoofdproduktschap de aan hem uitbetaalde bedragen, onverminderd het recht tot terugvordering daarvan, in mindering brengen op de later uit hoofde van deze verordening uit te betalen bedragen dan wel overgaan tot inhouding onderscheidenlijk uitsluiting van de steun ingevolge de EG-verordeningen.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening HPA gedroogde voedergewassen 1999".

Voor het bestuur,
J.H.M. KIENHUIS voorzitter
R.J.M. TEN BERGE secretaris

Bijlage

Monsterneming en analyse

1

Monsterneming

Van iedere zelf gedroogde partij moeten, op het moment dat de gedroogde voedergewassen het verwerkingsbedrijf of de erkende opslagplaats verlaten, door het bedrijf monsters worden genomen conform de Eerste Richtlijn nr. 76/371/EEG van de Commissie van 1 maart 1976 houdende vaststelling van gemeenschappelijke bemonsteringsmethoden voor de officiële controle van diervoeders (PB nr. L 102). Ook van toevoegingsmiddelen dienen monsters te worden genomen volgens genoemde richtlijn.

Van de ondermonsters wordt een eindmonster in drievoud samengesteld. Dit eindmonster moet voorzien zijn van een uniek nummer.

Wanneer de gedroogde voedergewassen in het verwerkingsbedrijf worden samengevoegd tot een mengsel moeten de monsters vóór het samenvoegen worden genomen.

In het geval er een mengsel wordt samengesteld vóór of tijdens het droogproces moeten de monsters worden genomen na afloop van het droogproces. In het bemonsteringsrapport moet worden vermeld dat het een mengsel betreft, alsmede van de toevoegingen: de hoeveelheid (in gewichtspercenten t.o.v. het eindproduct), soort en naam van de toevoegingen en het stikstofgehalte in de droge stof.

De eindmonsters dienen overeen te komen met de doorsneekwaliteit van de afgeleverde partij.

Eén van deze eindmonsters moet op het verwerkingsbedrijf worden bewaard, waarbij de volgende termijnen worden gehanteerd:

  • a.

    indien partijen deel uitmaken van een 110-tons monster:

    In alle gevallen moeten de C-monsters van de partijen, die deel uitmaken van het 110-tons monster, bewaard blijven totdat de AID toestemming geeft tot vernietiging.

  • b.

    indien partijen geen deel uitmaken van een 110-tons monster:

    • b.1

      er is door de AID geen monster genomen uit de desbetreffende partijen:

      de C-monsters dienen bewaard te blijven, tot de analyse-uitslag door de verwerker is ontvangen; in geval van een negatief resultaat dienen de C-monsters bewaard te blijven totdat de uitslag van de heranalyse is ontvangen.

    • b.2

      er is door de AID wel een monster genomen uit de desbetreffende partijen: de C-monsters dienen bewaard te blijven tot de uitslag van het AID-monster is ontvangen.

Alle analyse-uitslagen worden ook aan het hoofdproductschap gezonden, zodat bij twijfel of een bepaalde analyse-uitslag ten onrechte niet is ontvangen, altijd telefonisch navraag gedaan kan worden.

De beide andere eindmonsters zijn bestemd voor het laten maken van een analyse. Zij dienen te worden verzegeld en voorzien van de aanduiding op welke partij het eindmonster betrekking heeft (naam, woonplaats van de afnemer, datum aflevering) en een uniek nummer ter identificatie van het eindmonster. De unieke nummers van de eindmonsters dienen te worden vermeld op de afleveringsspecificatie gedroogde voedergewassen, die deel uitmaakt van de steunaanvraag.

Ingeval de partij wordt afgeleverd in het bijzijn van een vertegenwoordiger van de afnemer of factor, dient deze het eindmonster (mede) te verzegelen.

2

Analyse

Analyse dient plaats te vinden conform de Tweede Richtlijn nr. 71/393/EEG van de Commissie dd. 18 november 1971 (PB nr. L 279) en de Derde richtlijn nr. 72/199/EEG van de Commissie dd. 27 april 1972 (PB nr. L 123), beide betreffende de vaststelling van gemeenschappelijke analysemethoden voor de officiële controle van diervoeders.

Hierbij kunnen drie situaties worden onderscheiden:

  • 1.

    Wanneer verschillende partijen met een totaalgewicht van ten hoogste 110 ton, van uniforme kwaliteit voor wat betreft de voor de samenstelling gebruikte soorten, het vochten het eiwitgehalte, het verwerkingsbedrijf of de erkende opslagplaatsen verlaten, dient analyse plaats te vinden op basis van een samengesteld eindmonster, dat representatief is voor de betreffende afgeleverde partijen.

  • 2.

    Wanneer verschillende partijen met een totaalgewicht van ten hoogste 110 ton, niet van uniforme kwaliteit voor wat betreft de voor de samenstelling gebruikte soorten, het vochten het eiwitgehalte, het verwerkingsbedrijf of de erkende opslagplaatsen verlaten, dient analyse plaats te vinden op basis van het eindmonster van elke afgeleverde partij.

  • 3.

    Van mengsels mogen geen 110-tons monsters worden samengesteld.

Het samengestelde eindmonster mag derhalve maximaal betrekking hebben op 110 ton. In dat geval dient van de onderliggende eindmonsters, welke betrekking hebben op diverse partijen, een samengesteld eindmonster in drievoud te worden gemaakt, waarvan twee monsters gezonden moeten worden aan het laboratorium. Het derde exemplaar van het samengesteld eindmonster (C-monster) dient op het bedrijf te worden bewaard bij de onderliggende eindmonsters van de onderhavige partijen.

Het samenstellen van 110-tons monsters is aan een aantal voorwaarden gebonden. De partijen waaruit een 110-tons monster wordt samengesteld:

  • moeten uniform zijn wat betreft de soort (gras, luzerne of een mix);

  • moeten uniform zijn wat betreft de kwaliteit (uitsluitend steunwaardige partijen mogen in een 110-tons monster worden opgenomen);

  • moeten per soort in chronologische volgorde zijn afgeleverd.

Bij het samenstellen van de 110-tons monsters mag geen rekening worden gehouden met het al dan niet bemonsterd zijn van een partij door de AID in het kader van de officiële controle.

In de administratie dient te worden vastgelegd uit welke eindmonsters de samengestelde eindmonsters zijn opgebouwd.

Het laboratorium analyseert één monster en bewaart het tweede monster voor een eventuele heranalyse. Indien de verwerker zich niet kan verenigen met het analyseresultaat, bericht hij dit binnen 7 werkdagen schriftelijk aan het hoofdproductschap.

Het hoofdproductschap zal dan dit laboratorium verzoeken het reserve-monster naar het laboratorium van het Comité van Graanhandelaren (LABCO) in Europoort (Rotterdam) te verzenden.

De uitslag van de heranalyse dient ter bevestiging of ontkrachting van de resultaten van de eerste analyse.

De aangewezen laboratoria voor de eerste analyse zijn:

  • Bedrijfslaboratorium voor Grond- en Gewasonderzoek, Postbus 115, 6860 AC Oosterbeek en

  • Agrarisch Laboratorium Noord-Nederland, Fricoweg 49, 9005 PC Warga

Van de door deze laboratoria opgemaakte en andere analyserapporten dient een exemplaar bij de administratie van het bedrijf te worden bewaard.

De monsters die door de AID worden genomen, worden geanalyseerd door het Rikilt.

De analyse-uitslag van het Rikilt is bepalend voor de vaststelling van de steunwaardigheid van de bemonsterde partij. Dit heeft vooral gevolgen, indien het betreffende monster afkomstig is uit een partij, die is gebruikt voor de vervaardiging van een samengesteld eindmonster (110-ton monster).

Indien uit de analyse-uitslag van het Rikilt blijkt, dat niet wordt voldaan aan de eisen voor wat betreft het vochten/of eiwitgehalte, worden ook de overige eindmonsters waaruit het samengestelde eindmonster is vervaardigd, door de AID ter analyse aan het Rikilt gezonden. Aan de hand van de afzonderlijke analyse-resultaten wordt vastgesteld, welke partijen eventueel niet steunwaardig zijn.

De kosten van de eerste analyse alsmede van de analyse van de toevoegingen worden door het hoofdproductschap betaald.

De kosten van monsterverzending en heranalyse zijn voor rekening van het verwerkingsbedrijf .