Instelling Evaluatiecommissie Wet milieubeheer

Instelling Evaluatiecommissie Wet milieubeheer

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Overwegende dat het met het oog op een verantwoorde onderbouwing van de in artikel 21.2 van de Wet milieubeheer bedoelde verslaglegging over de werking van de Wet milieubeheer gewenst is de Evaluatiecommissie Wet milieubeheer hernieuwd in te stellen.

Besluit:

Artikel

1

Voor de duur van vier jaren wordt per 1 januari 2000 ingesteld de Evaluatiecommissie Wet milieubeheer (ECWM), verder te noemen: de commissie.

Artikel

2

Artikel

3

De commissie bestaat uit de volgende leden:

  • prof.mr.drs. F.C.M.A. Michiels, hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht, voorzitter;

  • prof.dr. K. Bouwer, emeritus hoogleraar beleidsgerichte milieukunde en milieugeografie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, lid;

  • mr. H.J.A.M. van Geest, universitair hoofddocent bestuursrecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, lid;

  • mw. mr. A.M.C.C. Grapperhaus-Vos, advocaat te Amsterdam, lid;

  • mw. dr.ir. E.L. Mantz-Thijssen, management consultant gespecialiseerd in beleids-, besluitvormings- en organisatievraagstukken, lid, tevens secretaris;

  • prof. dr. N.J.M. Nelissen, hoogleraar bestuurskunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, lid;

  • mw. drs. L. van Rijn-Vellekoop, plaatsvervangend voorzitter Commissie MER en voormalig lid van de Tweede Kamer, Krimpen a/d IJssel, lid;

  • prof.mr. J.M. Verschuuren, hoogleraar Europees en internationaal milieurecht aan de Katholieke Universiteit Brabant, lid, tevens secretaris.

Artikel

4

Namens de Minister zal de directeur Bestuurszaken als vaste vertegenwoordiger de vergaderingen van de commissie bijwonen.

Artikel

5

Artikel

6

De voor een goede taakvervulling van de commissie noodzakelijk geachte kosten komen ten laste van de begroting van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Voor het gebruik maken van de diensten van derden alsmede de apparaatskosten krijgt de commissie een budget ter beschikking gesteld, dat jaarlijks in overleg met de directeur Bestuurszaken worden vastgesteld.

Artikel

7

Deze beschikking en de daarbij behorende toelichting zullen worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en in afschrift worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer en aan belanghebbenden.

’s-Gravenhage
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer J.P. Pronk