Artikel
I
Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.
Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, eerste volzin, onderdeel c, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 worden voorts niet tot de bedrijfsmiddelen gerekend, bedrijfsmiddelen ter zake waarvan voor de datum van inwerkingtreding van artikel II door een natuurlijk persoon of lichaam verplichtingen zijn aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt en welke daarna door de belastingplichtige zijn verworven en bestemd zijn om – direct of indirect – hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan de persoon die of het lichaam dat voor de datum van inwerkingtreding van artikel II verplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt, dan wel aan een natuurlijk persoon of lichaam waartoe degene die voor de datum van inwerkingtreding van artikel II verplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt in een verhouding staat als is omschreven in het achtste lid van voornoemd artikel 11 of in artikel 8, derde lid, onderdeel b of c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2000 met uitzondering van de artikelen II en III die in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.