Artikel
1
Dit besluit verstaat onder houtindustrie, industriële groothandel in hout respectievelijk bosbouw de navolgende activiteiten:
-
a.
houtindustrie:
-
1.
de ondernemingen waarin fabrieksmatig worden vervaardigd:
houten emballage en verpakkingsmiddelen, pallets en stellingen;
deuren, ramen, kozijnen, keukens, trappen, kasten, timmerwerk;
fineer, triplex, meubelplaat;
parket- en hardhoutvloeren;
borstelwerk, kwasten en penselen;
klompen;
huishoudelijke artikelen, geheel of gedeeltelijk van hout, speelgoederen, sportartikelen, houten gereedschappen en onderdelen daarvan;
houten technische artikelen ten behoeve van bedrijfs- en beroepsmatige gebruikers en van instellingen;
lucifers;
vezelplaten;
andere produkten van hout of gedeeltelijk van hout;
kurk, kurkplaten en andere kurkproducten;
griendhout-, riet-, rotan-, en bamboeproducten;
alsmede orgelbouwbedrijven, pianofabrieken, stand- en tentoonstellingsbouwbedrijven;
-
2.
de ondernemingen waarin worden vervaardigd (het stofferen daaronder inbegrepen): meubelen (met uitzondering van metalen meubelen) of onderdelen daarvan of betimmeringen, met dien verstande, dat vervaardiging van meer gelijksoortige eenheden van een bepaald product plaatsvindt, dan wel met gemechaniseerde productiemethoden of arbeidsverdeling in het produktieproces worden toegepast;
-
3.
de ondernemingen, waarin hout wordt bereid tegen bederf en brand;
-
1.
-
b.
industriële groothandel in hout:
-
1.
de ondernemingen, waarin de groothandel in hout en/of plaatmateriaal wordt uitgeoefend en/of waarin rond- of gezaagd hout en of plaatmateriaal machinaal wordt bewerkt ten behoeve van de eigen groothandelsonderneming;
-
2.
de loonschaverijen, loonzagerijen en andere bedrijven, die in loon voor houthandelsbedrijven hout en/of plaatmateriaal bewerken;
-
3.
de ondernemingen, die ten dienste van de eigen groothandel in hout, bomen vellen, schillen, snoeien, sorteren, op maat zagen enz. en ondernemingen, die aldus bewerkt hout stapelen en/of verladen en vervoeren;
-
1.
-
c.
bosbouw:
-
1.
de ondernemingen waarin de bosbouw wordt uitgeoefend;
-
2.
de ondernemingen waarin de houtteelt wordt uitgeoefend;
-
3.
de bosbouwambachtsondernemingen, zijnde ondernemingen die tegen betaling werkzaamheden verrichten in bossen of andere houtopstanden, welke bedrijfsmatig in ondernemingen waarin de bosbouw of de houtteelt wordt uitgeoefend, plegen te worden verricht.
-
1.