Besluit van de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad van 22 december 1999 tot instelling van een bedrijfscommissie voor de Voeding

Besluit tot instelling van een bedrijfscommissie voor de Voeding

De Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad;
Gehoord de naar het oordeel van de Raad voor het desbetreffende deel van het bedrijfsleven representatieve organisaties van ondernemers en van werknemers;

Besluit:

Artikel

1

Dit besluit verstaat onder voeding de volgende sectoren van het bedrijfsleven:

  • a.

    bierbrouwerijen:

    de ondernemingen waarin bier wordt vervaardigd;

  • b.

    frisdranken en waters:

    de ondernemingen op het gebied van industrie van frisdranken, waters en siropen en groothandel in frisdranken, waters, siropen en bier;

  • c.

    graanbewerkende industrie:

    de ondernemingen waarin in normaal bedrijf fabrieksmatig

    • 1.

      graan tot bloem of meel voor menselijke consumptie wordt vermalen;

    • 2.

      plantaardige oliën en vetten alsmede veekoeken, schilfers of schroot worden vervaardigd;

    • 3.

      mengvoeder wordt vervaardigd;

    • 4.

      rijst wordt gepeld;

    • 5.

      kindermeel wordt vervaardigd;

    • 6.

      havermout wordt vervaardigd;

    • 7.

      gerst tot gort wordt verwerkt;

    • 8.

      margarine wordt vervaardigd;

    • 9.

      spijsvetten worden vervaardigd;

  • d.

    groenten- en fruitverwerkende industrie:

    • 1.

      de ondernemingen waarin fabrieksmatig groenten, met inbegrip van augurken, koolsoorten, landbouwerwten, tomaten en zilveruien, alsmede de daaruit verkregen halffabrikaten, worden verwerkt tot verduurzaamd produkt in blik en glas, gedroogd produkt, gezouten produkt, vriesprodukt en zuurkool;

    • 2.

      de ondernemingen waarin fruit wordt verwerkt tot fruitpulp, jams en geleien, vruchten op water, sap en siroop, vruchtenpureeën en vruchtenmoes in blik en glas, confijtproducten, appel-, druiven- en perensiropen, vruchtensappen, vruchtensausen en puddingsausen, appelsap en zoete most, Nederlandse druivenwijn en vruchtenwijnen, gedroogd produkt, en vriesprodukt;

  • e.

    industriële bakkers:

    de ondernemingen waarin op industriële wijze brood- en banketartikelen worden vervaardigd;

  • f.

    landbouw:

    • 1.

      akker- en tuinbouw, waaronder mede wordt verstaan activiteiten in verband met de selectie op het gebied van de tuinzaadteelt en het kweken van landbouwgewassen;

    • 2.

      veehouderij, waaronder mede wordt verstaan activiteiten in verband met veeverbetering, kunstmatige inseminatie en embryotransplantatie;

    • 3.

      het verschaffen van pension aan en het verzorgen van paarden;

    • 4.

      bijenteelt;

    • 5.

      landbouwambachten, waaronder mede wordt verstaan het door middel van cultuurtechnische werken geschikt maken of beter geschikt maken van de bodem voor het uitoefenen van de landbouw;

    • 6.

      cultuur van griend, riet en biezen;

    • 7.

      veenderij;

  • g.

    suikerindustrie:

    de ondernemingen waarin fabrieksmatig beetwortelen of andere producten tot suiker worden verwerkt of suiker op enigerlei wijze wordt veredeld;

  • h.

    suikerverwerkende industrie:

    de ondernemingen waarin uitsluitend of in hoofdzaak

    • 1.

      fabrieksmatig bloem en andere grondstoffen tot beschuit, toast, knäckebröd, biscuit, biscuitfiguren, koekjes, banket, koek en wafels, ongeacht de soort worden verwerkt;

    • 2.

      fabrieksmatig producten worden vervaardigd, welke naar de aard der verwerkte grondstoffen en/of de wijze van verwerking van de grondstoffen vergelijkbaar zijn met de producten, vermeld onder 1;

    • 3.

      de onder 1 en 2 genoemde producten uitsluitend of in hoofdzaak worden verkocht aan wederverkopers/bedrijfsmatige afnemers;

  • i.

    suikerwerk- en chocoladeverwerkende industrie:

    de ondernemingen waarin uitsluitend of in hoofdzaak

    • 1.

      fabrieksmatig suikerwerken vervaardigd worden;

    • 2.

      fabrieksmatig dropartikelen vervaardigd worden;

    • 3.

      fabrieksmatig cacaomassa, cacaopoeder, cacaoboter, chocolademassa of couverture verwerkt worden ter vervaardiging van al of niet gevulde chocolade- artikelen, inclusief boterhamstrooisels en pasta’s, met uitzondering van de ondernemingen die van de cacaoboon af werken;

  • j.

    tabakverwerkende industrie, koffiebranderijen en theepakkerijen:

  • de ondernemingen waarin

    • 1.

      tabak wordt verwerkt tot sigaren (waaronder wordt verstaan het hier te lande in de uitoefening van een bedrijf tabak geheel of gedeeltelijk tot verbruik bereiden of geheel of gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak een verdere bewerking of behandeling doen ondergaan, het aanbrengen van accijnszegels daaronder begrepen), sigaretten, rook-, shag-, pijp-, pruim- of snuiftabak, gehomogeniseerd tabaksblad;

    • 2.

      fabrieksmatig koffie of thee wordt verpakt;

  • k.

    vleeswarenindustrie:

    de ondernemingen werkzaam in de vleeswarenindustrie, met inbegrip van de vleesconservenindustrie, de baconindustrie, de exportslachterijen en het darmbedrijf;

  • l.

    zuivelindustrie:

    de ondernemingen behorende tot de boter-, kaas-, of melkproductenindustrie, dan wel tot het melkinrichtingwezen;

  • m.

    de ondernemingen waarin in hoofdzaak andere activiteiten in de voedings- en genotsmiddelenindustrie dan bedoeld in dit besluit worden uitgevoerd, voor zover die activiteiten niet vallen binnen het ressort van een andere bedrijfscommissie.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

In onderling overleg tussen de betrokken organisaties kan binnen de bedrijfscommissie een Kamer Dranken en een Kamer Bakkerij en Zoetwaren worden ingesteld.

Artikel

5

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.

Den Haag
H.H.F. Wijffels voorzitter
J.W. Nelson secretaris