Regeling ondersteuning herstructurering kunstonderwijs hbo 2000-2004

Regeling ondersteuning herstructurering kunstonderwijs hbo 2000-2004

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Gelet op artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • b.

    hogeschool:

    een hogeschool als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • c.

    lerarenopleiding op het gebied van de kunst:

    een opleiding die is opgenomen in het subonderdeel Lerarenopleidingen op het gebied van de kunst van het onderdeel Onderwijs in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met uitzondering van de opleidingen voor leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in tekenen, handvaardigheid en textiele werkvormen;

  • d.

    instellingsspecifieke activiteiten:

    de activiteiten, bedoeld in artikel 8 en artikel 9;

  • e.

    instellingsoverstijgende activiteiten:

    de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid.

Artikel

2

Doelomschrijving

Artikel

3

Subsidieaanvrager

Artikel

4

Vaststelling subsidieplafond

Artikel

5

Subsidiebedrag voor instellingsspecifieke activiteiten per subsidieontvanger

Paragraaf

2

Subsidieaanvraag instellingsspecifieke activiteiten

Artikel

6

Subsidieaanvraag instellingsspecifieke activiteiten

Subsidie wordt op aanvraag eenmalig verleend voor de gehele periode, bedoeld in artikel 17.

Artikel

7

Vereisten

De subsidieaanvraag omvat:

  • a.

    een meerjarenactiviteitenplan als bedoeld in artikel 8 en indien van toepassing de aanvulling daarop als bedoeld in artikel 9;

  • b.

    een meerjarenbegroting als bedoeld in artikel 10;

  • c.

    de overige gegevens, bedoeld in artikel 11.

Artikel

8

Meerjarenactiviteitenplan

Het meerjarenactiviteitenplan omvat een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten in 2000 en de hoofdlijnen van de instellingsspecifieke activiteiten in de jaren 2001-2004 en de daarmee beoogde resultaten. De activiteiten betreffen in elk geval:

  • a.

    de ontwikkelingen en voorbereiding van de in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs 2002 -2003 op te nemen en te verzorgen opleidingen enafstudeerrichtingen en de stappen die daartoe vanaf 2000 worden gezet met aandacht voor de onderwijskundige, personele en organisatorische consequenties;

  • b.

    de verbetering van het perspectief dat studenten geboden wordt om bij de eigen én bij andere hogescholen onderwijs te kunnen volgen om een opleiding met goed gevolg te kunnen afsluiten;

  • c.

    de verbetering van de invulling van de selectie- en verwijzende functie van de propedeutische fase;

  • d.

    de vergroting van de culturele diversiteit;

  • e.

    de inhoudelijke en bestuurlijke samenwerking met andere hogescholen;

  • f.

    de inhoudelijke en bestuurlijke samenwerking met scholen voor voortgezet onderwijs, instellingen van educatie en beroepsonderwijs, en universiteiten in nationaal en in internationaal verband;

  • g.

    de inhoudelijke en bestuurlijke samenwerking met de culturele omgeving waaronder werkplaatsen als bedoeld in de Cultuurnota 1997-2000.

Artikel

9

Aanvulling meerjarenactiviteitenplan voor lerarenopleidingen op het gebied van de kunst

Het meerjarenactiviteitenplan, bedoeld in artikel 8, wordt voor de lerarenopleidingen op het gebied van de kunst aangevuld met een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen instellingsspecifieke activiteiten in de jaren 2000 tot en met 2004 die in elk geval betreffen:

  • a.

    de ontwikkeling van een flexibel stelsel van lerarenopleidingen dat studenten op maat kan bedienen;

  • b.

    de vergroting van de initiële instroom en zij-instroom uit niet-traditionele doelgroepen;

  • c.

    de integratie van informatie- en communicatietechnologie in het onderwijs.

Artikel

10

Meerjarenbegroting

De meerjarenbegroting biedt tot 2002 in guldens en voor de periode 2002 - 2004 in euro‘s inzicht in de inkomsten en uitgaven die de hogeschool in verband met het meerjaren-activiteitenplan, bedoeld in artikel 8, en de eventuele aanvulling, bedoeld in artikel 9, voorziet, waarbij de hogeschool uitgaat van:

  • a.

    het ten hoogste te verlenen subsidiebedrag, genoemd in de bijlage bij deze regeling;

  • b.

    de overige middelen die de hogeschool voor de instellingsspecifieke activiteiten inzet.

Artikel

11

Overige gegevens

De hogeschool geeft tevens inzicht in:

  • a.

    het perspectief op bedrijfseconomische stabiliteit voor de hogeschool;

  • b.

    de wijze van invulling van de taakstelling op het kunstvakonderwijs voor 2000 en volgende jaren door de hogeschool;

  • c.

    de doelmatigheid van te verzorgen opleidingen, bedoeld in artikel 8, onder a.

Artikel

12

Indiening subsidieaanvraag instellingsspecifieke activiteiten

Paragraaf

3

Subsidieaanvraag instellingsoverstijgende activiteiten

Artikel

13

Subsidieaanvraag instellingsoverstijgende activiteiten

Artikel

14

Indiening subsidieaanvraag instellingsoverstijgende activiteiten

Paragraaf

4

Subsidieverlening

Artikel

15

Beslissing over subsidieverlening

De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing over de subsidieverlening voor instellingsspecifieke activiteiten mede op basis van het advies van de tijdelijke commissie, bedoeld in artikel 16, en over de onderdelen gericht op lerarenopleidingen op het gebied van de kunst mede op basis van het advies van de Onderwijsraad.

Artikel

16

Tijdelijke commissie ’Ondersteuning herstructurering kunstonderwijs hbo’

Artikel

17

Tijdvak subsidieverlening

Subsidie wordt verleend voor de periode 2000-2004.

Artikel

18

Niet vervullen begrotingsvoorwaarde

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van artikel 4 verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel

19

Weigeringsgronden subsidieaanvragen voor instellingsspecifieke activiteiten

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan subsidieverlening geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien het advies van de commissie, bedoeld in artikel 15, of van de Onderwijsraad daartoe aanleiding geeft.

Paragraaf

5

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

20

Informatieplicht

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen voor de ontwikkeling van het beleid in relatie tot de doelomschrijving, bedoeld in artikel 2.

Paragraaf

6

Subsidievaststelling

Artikel

21

Financieel verslag

Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

22

Accountantsverklaring

Artikel

23

Controleprotocol accountant

De subsidieontvanger bedingt bij de accountant, bedoeld in artikel 22, eerste lid, dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig een door de minister vast te stellen controleprotocol.

Artikel

24

Verslag van activiteiten

Paragraaf

7

Betaling

Artikel

25

Voorschotten

Paragraaf

8

Slotbepalingen

Artikel

26

Bekendmaking

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel

27

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling is geplaatst.

Artikel

28

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling ondersteuning herstructurering kunstonderwijs hbo 2000-2004.

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappendr. F. Van derPloeg

Bijlage

Maximale subsidiebedragen voor instellingspecifieke activiteiten per hogeschool (bedragen x 1000)

Hogescholen

2000 In ƒ

2001 In ƒ

2002 In €

2003 In €

2004 In €

Totaal In ƒ

Totaal In €

• Hogeschool Alkmaar

95

123

37

34

21

422

191

• Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

1915

2474

738

696

434

8.505

3.859

• Gerrit Rietveld Academie

351

454

135

128

80

1.560

708

• Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

1054

1361

406

383

239

4.681

2.124

• Hogeschool van Beeldende kunsten,

Muziek en Dans Den Haag

878

1134

338

319

199

3.899

1.769

• Hogeschool voor Muziek en Theater Rotterdam

735

950

283

267

167

3.264

1.482

• Hogeschool Rotterdam en Omstreken

406

524

156

147

92

1.802

817

• Hogeschool Brabant

215

277

83

78

49

953

433

• Hogeschool ‘s-Hertogenbosch

104

134

40

38

24

461

210

• Fontys Hogeschool Katholieke Leergangen Tilburg

619

800

239

225

140

2.751

1.248

• Design Academy

208

269

80

76

47

925

420

• Fontys Hogeschool Eindhoven

31

41

12

11

7

140

63

• Hogeschool Maastricht

670

866

258

244

152

2.977

1.351

• Stichting Hogeschool Kunsten-onderwijs Oost-Nederland

973

1257

375

354

221

4.322

1.962

• Hogeschool Enschede

221

285

85

80

50

980

444

• ’Constantijn Huygens’ Christelijke Hogeschool van de Kunsten

359

464

139

130

81

1.594

724

• Hanzehogeschool, Hogeschool van Groningen

455

587

175

165

103

2.019

915

• Noordelijke Hogeschool Leeuwarden

16

20

6

6

4

70

32

Totaal in ƒ / in € x 1000

9.305

12.020

3.585

3.381

2.110

41.325

18.752