Besluit ontslaguitkering substantieel bezwarende functies

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.
De Minister:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b.
ontslag:
c.
betrokkene:

de gewezen ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, aan wie ontslag is verleend;

d.
Stichting Pensioenfonds ABP:

de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;

e.
pensioenreglement:

het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP;

f.
pensioen:

een pensioen krachtens het pensioenreglement;

g.
Reglement FPU:

het Reglement flexibel pensioen en uittreden ter zake van basisuitkering en aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel;

h.
invaliditeitspensioen:

een invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement;

i.
arbeidsongeschiktheid:
j.
WAO-uitkering:

een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

k.
uitkering:

uitkering, bedoeld in artikel 3 van dit besluit.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Indien de betrokkene gebruik maakt van de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting van zijn pensioenopbouw, waardoor ook na het bereiken van de leeftijd van 62 jaar zijn pensioenopbouw voor de helft plaatsvindt, zal namens hem de hiervoor verschuldigde premie worden betaald, met dien verstande dat hiervan geen groter deel ten laste van betrokkene komt dan de pensioenpremie, bedoeld in artikel 4.4, vierde lid, van het pensioenreglement.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De Minister kan bepalen, dat inkomsten welke zijn genoten uit hoofde van overwerk, bij wijze van gratificatie, ter zake van een vrijwillige verbintenis bij het Korps Nationale Reserve, als vrijwillige ambtenaar bij de politie of andere door de Minister aan te wijzen reserve-organen, geheel of ten dele niet worden aangemerkt als inkomsten.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Indien de betrokkene ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, kan hij door de Minister worden verplicht zich geneeskundig te laten onderzoeken.

Artikel

12

Ten aanzien van de betrokkene, die na zijn ontslag uit hoofde van ziekte of arbeidsongeschiktheid nog aanspraken in verband met de betrekking, waaruit hij is ontslagen, heeft of krijgt, wordt de uitkering dan wel de toelage, bedoeld in artikel 15, tot het einde van de periode, waarover die aanspraken bestaan, verminderd met het bedrag daarvan.

Artikel

13

Indien de betrokkene de gegevens, die noodzakelijk zijn voor de vaststelling of de vermindering van de uitkering niet, niet volledig of onjuist verstrekt, kan worden bepaald, dat de uitkering, zolang dat het geval is, niet of slechts gedeeltelijk wordt uitbetaald.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2000

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,A.Peper