Instellingsbesluit Tijdelijke Evaluatiecommissies Bilaterale Samenwerking

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

Besluit:

Artikel

1

Er is een evaluatiecommissie China, hierna te noemen commissie China.

Er is een evaluatiecommissie Hongarije, hierna te noemen commissie Hongarije.

Er is een evaluatiecommissie Indonesië, hierna te noemen commissie Indonesië.

Er is een evaluatiecommissie Rusland, hierna te noemen commissie Rusland.

De vier evaluatiecommissies worden gezamenlijk geduid met: de commissies.

Artikel

2

De commissies hebben tot taak:

  • a.

    de samenwerkingen op het gebied van onderzoek en wetenschap tussen Nederland en China, Hongarije, Indonesië en Rusland te evalueren. De evaluaties hebben tot doel de voortgang en de resultaten van samenwerkingsactiviteiten te beoordelen en aanbevelingen te doen met het oog op samenwerking in de toekomst. De commissies baseren hun werkzaamheden op de Terms of Reference en richten zich op de periode 1995-1999.

  • b.

    de Minister van OCenW te rapporteren over hun bevindingen.

Artikel

3

De commissies bestaan uit een voorzitter en één of twee leden.

Artikel

4

De commissie richt haar werkwijze naar eigen inzicht in en bepaalt daarbij zelf de wijze van besluitvorming. De commissie kan zich laten bijstaan door een onafhankelijk secretariaat en door externe deskundigen.

Artikel

5

De kosten van de commissies komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister van OCenW. Elke commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting aan de minister aan.

Artikel

6

De commissie Hongarije streeft ernaar haar advies uiterlijk 31 maart 2000 uit te brengen. De commissies China en Rusland streven ernaar hun advies uiterlijk 17 april 2000 uit te brengen. De commissie Indonesië streeft ernaar haar advies uiterlijk 1 mei uit te brengen.

Artikel

7

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, L.M.L.H.A.Hermans