Artikel
1
Ten aanzien van vluchten met door de Minister van Defensie ingevolge artikel 5.7 van de Wet luchtvaart aangewezen onbemande luchtvaartuigen, waarbij door de aard van het luchtvaartuig of het doel van de vlucht niet kan worden voldaan aan de artikelen 11, 12, 14, 16, eerste lid, 28 en 42 tot en met 55 van het Luchtverkeersreglement, gelden de volgende nadere regels:
-
a.
de vlucht wordt uitgevoerd in een gebied waar het uitoefenen van de burgerluchtvaart is verboden tijdens het gebruik van het gebied ten behoeve van militaire oefeningen;
-
b.
de vlucht wordt afgestemd met eventueel ander militair luchtverkeer.