Wet van 1 februari 2000, houdende wijziging van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening

Wijzigingswet Wet op de geneesmiddelenvoorziening

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat de apotheker van een ziekenhuis ook geneesmiddelen mag bereiden en afleveren aan of ten behoeve van anderen dan de in het ziekenhuis opgenomen patiënten en het inwonende personeel;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet op de geneesmiddelenvoorziening.

Artikel

II

Na de inwerkingtreding van deze wet berust de Beschikking van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 15 juli 1963, gepubliceerd in de Staatscourant van 15 juli 1963, nr. 48, op artikel 13, tweede lid, van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening, zoals die na de inwerkingtreding van deze wet komt te luiden.

Artikel

III

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel

IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers
De Minister van Justitie, A. H. Korthals