Besluit van 5 februari 2000, houdende regelen met betrekking tot het op Nederlands Grondgebied brengen van producten van dierlijke oorsprong uit derde landen (Besluit invoer producten van dierlijke oorsprong uit derde landen)

Besluit invoer producten van dierlijke oorsprong uit derde landen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 juni 1999, GZB/VVB 992480, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op richtlijn nr. 97/78/EG van de Raad van de Europese Unie van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG 1998, L 24), alsmede op artikelen 27 tot en met 30a van de Vleeskeuringswet;
De Raad van State gehoord (advies van 12 juli 1999, nr. W13.99.0291/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van , GZB/VVB 2033027, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    richtlijn nr. 72/462/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (PbEG L 302);

  • b.

    richtlijn nr. 97/78/EG: richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG 1998, L 24);

  • c.

    richtlijn nr. 64/433/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juli 1964 betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG L121);

  • d.

    richtlijn nr. 91/495/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 inzake gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie en in de handel brengen van konijnenvlees en vlees van gekweekt wild (PbEG 1991, L 268);

  • e.

    richtlijn nr. 92/45/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1992 betreffende de gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees van vrij wild (PbEG L 268);

  • f.

    richtlijn nr. 92/118/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG (PbEG 1993, L 62);

  • g.

    richtlijn nr. 94/65/EG: richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 14 december 1994 tot vaststelling van voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen (PbEG L368);

  • h.

    richtlijn nr. 77/96/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1976 inzake het opsporen van trichinen bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen (PbEG 1977, L 26);

  • i.

    richtlijn nr. 90/675/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 december 1990 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG L 373);

  • j.

    richtlijn nr. 96/23/EG: richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PbEG L125);

  • k.

    richtlijn nr. 89/662/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruit zicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 395);

  • l.

    invoer: het in het vrije verkeer brengen van producten alsmede het voornemen tot het in het vrije verkeer brengen van producten in de zin van artikel 79 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautaire douanewetboek;

  • m.

    vlees: alle, in beginsel voor menselijke consumptie geschikte delen van:

    • 1°.

      als landbouwhuisdieren gehouden runderen (soort Bubalus bubalis en Bison bison daaronder begrepen), varkens, schapen, geiten en eenhoevigen,

    • 2°.

      gekweekt wild, zijnde niet-gedomesticeerde landzoogdieren met uitzondering van lagomorfen, die niet worden vermeld onder 1, die in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden en geslacht, en

    • 3°.

      vrij wild, zijnde bejaagde niet-gedomesticeerde landzoogdieren (met inbegrip van niet-gedomesticeerde zoogdieren die in een gesloten gebied leven met dezelfde vrijheid als vrij wild) met uitzondering van lagomorfen, die niet in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden en geslacht;

  • n.

    separatorvlees: vlees van slachtdieren als genoemd in onderdeel m, onder 1, 2 en 3, dat machinaal is afgescheiden van beenderen met daaraan vastzittend vlees;

  • o.

    gehakt vlees: vlees dat in kleine stukken is gehakt of door een gehaktmolen is gehaald en waaraan ten hoogste 1% zout is toegevoegd;

  • p.

    vleesproducten: producten vervaardigd met of van zodanig behandeld vlees dat, aan de hand van het snijvlak van de hartdoorsnijding, de verdwijning van de kenmerken van vers vlees kan worden geconstateerd;

  • q.

    vleesbereidingen: vlees in de zin van artikel 2 van richtlijn nr. 64/433/EEG en nr. 92/45/EEG, alsmede vlees dat voldoet aan artikel 6 van richtlijn nr. 91/495/EEG, waaraan levensmiddelen, kruiden of additieven zijn toegevoegd of dat een behandeling heeft ondergaan in een mate die niet volstaat om de inwendige celstructuur van het vlees te veranderen en aldus de kenmerken van vers vlees te doen verdwijnen;

  • r.

    producten van dierlijke oorsprong: vlees, gehakt vlees, vleesbereidingen, vleesproducten en andere producten van dierlijke oorsprong;

  • s.

    andere producten van dierlijke oorsprong:

    • 1°.

      vleesextract,

    • 2°.

      gesmolten dierlijke vetten, dat wil zeggen voor menselijke consumptie bestemde vetten die afkomstig zijn van het smelten van vlees, met inbegrip van de beenderen,

    • 3°.

      kanen, dat wil zeggen eiwithoudend residu van het smeltproces, na gedeeltelijke afscheiding van vet en water,

    • 4°.

      gelatine,

    • 5°.

      vleesmeel, zwoerd in poeder, gezouten of gedroogd bloed en gezouten of gedroogd bloedplasma, en

    • 6°.

      gereinigde magen, blazen en darmen, geblancheerd, gezouten of gedroogd;

  • t.

    behandeling: chemisch of fysisch procédé, zoals verhitten, roken, zouten, marineren, doorzouten of drogen, om het vlees of de producten van dierlijke oorsprong al dan niet samen met andere levensmiddelen, langer te kunnen conserveren, of een combinatie van deze verschillende procédés;

  • u.

    Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • v.

    derde land: ander land dan een van de lidstaten van de Europese Unie;

  • w.

    bevoegde autoriteit: de centrale autoriteit van een lidstaat die bevoegd is tot het verrichten van de veterinaire controles of de autoriteit waaraan de centrale autoriteit deze bevoegdheid heeft overgedragen;

  • x.

    vrij-wildverwerkingsinrichting: een inrichting waar het vrij wild wordt behandeld en het vlees van vrij wild wordt verkregen en gekeurd;

  • y.

    speciale noodslachting: het doden, op last van een dierenarts, wegens een ongeval of ernstige lichamelijke en functionele stoornissen;

  • z.

    karkas: het uitgebloede gehele slachtdier dat is ontdaan van de ingewanden, waarvan de poten zijn afgesneden ter hoogte van het voorkniegewricht en het spronggewricht, en waarvan de kop, de staart en de uier zijn verwijderd, met uitzondering van varkens, waarbij de poten niet ter hoogte van het voorkniegewricht en het spronggewricht behoeven te worden afgesneden en de kop niet behoeft te worden verwijderd, wanneer het vlees bestemd is om te worden behandeld overeenkomstig de regelen gesteld krachtens richtlijn no.77/96/EEG. Voor runderen, schapen, geiten en eenhoevigen betreft het karkassen na het onthuiden;

  • aa.

    slachtafval: vlees dat geen deel uitmaakt van het karkas als omschreven onder z, ook indien het op natuurlijke wijze met het karkas verbonden blijft;

  • ab.

    ingewanden: het slachtafval in de borst-, buik- en de bekkenholte, met inbegrip van de luchtpijp en de slokdarm;

  • ac.

    werkplaats: elke uitsnijderij of inrichting voor de productie van gehakt vlees die voldoet aan de eisen genoemd in bijlage I, hoofdstuk I, van richtlijn nr. 94/65/EG;

  • ad.

    kant- en klaargerechten: vleesproducten die overeenstemmen met gekookte of voorgekookte culinaire bereidingen, in onmiddellijke verpakking en door koude geconserveerd;

  • ae.

    onmiddellijke verpakking: het beschermen van vleesproducten, vleesbereidingen of andere producten van dierlijke oorsprong, door middel van een eerste omhulsel of een eerste bergingsmiddel dat rechtstreeks in contact komt met het betrokken product, alsmede het eerste omhulsel of het eerste bergingsmiddel zelf;

  • af.

    eindverpakking: het plaatsen van een of meer vleesproducten, vleesbereidingen of andere producten van dierlijke oorsprong die al dan niet van een onmiddellijke verpakking zijn voorzien, in een bergingsmiddel, alsmede het bergingsmiddel zelf;

  • ag.

    hermetisch gesloten recipiënt: bergingsmiddel dat geen lucht doorlaat en bestemd is om de inhoud tijdens en na de hittebehandeling te beschermen tegen het binnendringen van micro-organismen.

Artikel

2

Het is verboden producten van dierlijke oorsprong afkomstig uit een derde land op Nederlands grondgebied te brengen anders dan met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften.

Artikel

3

Onze Minister kan het op Nederlands grondgebied brengen, anders dan met bestemming invoer, van bepaalde producten van dierlijke oorsprong uit aan te wijzen derde landen of delen van die landen verbieden, indien deze producten naar het oordeel van Onze Minister een gevaar kunnen betekenen voor de volksgezondheid.

Artikel

4

Artikel

5

Producten van dierlijke oorsprong waarop hoofdstuk I van richtlijn nr. 97/78/EG van toepassing is worden alleen op Nederlands grondgebied gebracht, anders dan als doorvoer naar een derde land, indien zij voldoen aan de eisen dat:

  • a.

    zij afkomstig zijn uit derde landen welke door Onze Minister zijn aangewezen;

  • b.

    zij zijn verkregen, bewerkt of opgeslagen in bedrijven die voorkomen op de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen vastgestelde lijst of, in afwachting van de vaststelling van die lijst, afkomstig zijn van bedrijven die door de bevoegde centrale autoriteit van het betrokken derde land zijn erkend en die voldoen aan de eisen die aan deze bedrijven zijn gesteld,

  • c.

    zij, indien geproduceerd in een van de lidstaten van de Europese Unie, zijn bereid, behandeld en opgeslagen in bedrijven die zijn erkend door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat.

Artikel

6

Onverminderd artikel 5 voldoet vlees, niet zijnde vlees van vrij wild, aan de eisen dat:

  • a.

    hele karkassen, halve karkassen, halve karkassen die in ten hoogste drie stukken zijn verdeeld, of voeten:

    • 1°.

      afkomstig zijn van een slachtdier dat vóór het slachten is gekeurd door een officiële dierenarts van het betrokken derde land en daarbij geschikt is bevonden om voor de toepassing van richtlijn nr. 64/433/EEG te worden geslacht,

    • 2°.

      op voldoende hygiënische wijze zijn behandeld,

    • 3°.

      na het slachten door een officiële dierenarts van het betrokken derde land zijn gekeurd en daarbij geen enkele afwijking vertoonde, met uitzondering van kort vóór het slachten opgelopen traumatische laesies en plaatselijke misvormingen of afwijkingen, voor zover is vastgesteld, zo nodig door passend laboratoriumonderzoek, dat het karkas en de daarbij behorende slachtafvallen door deze laesies, misvormingen of afwijkingen niet ongeschikt zijn voor menselijke consumptie of gevaarlijk voor de gezondheid van de mens,

    • 4°.

      zijn voorzien van een keurmerk,

    • 5°.

      gedurende het vervoer zijn vergezeld van een gezondheidscertificaat,

    • 6°.

      na de keuring na het slachten onder voldoende hygiënische omstandigheden zijn opgeslagen in een koel- of vrieshuis,

    • 7°.

      onder voldoende hygiënische omstandigheden zijn vervoerd, en

    • 8°.

      zijn geschikt voor menselijke consumptie;

  • b.

    in uitgesneden delen of stukken die kleiner zijn dan die bedoelt in onderdeel a. of uitgebeend vlees:

    • 1°.

      zijn uitgesneden of uitgebeend en verkregen onder voldoende hygiënische omstandigheden, en afkomstig zijn van vers vlees dat voldoet aan de in onderdeel a genoemde voorwaarden, behalve die welke zijn genoemd in onderdeel a, onder 7, en die op voldoende hygiënische wijze zijn vervoerd,

    • 2°.

      onder voldoende hygiënische omstandigheden zijn opgeslagen in een koel- of vrieshuis,

    • 3°.

      zijn gekeurd door een officiële dierenarts van het betrokken derde land,

    • 4°.

      op voldoende wijze zijn verpakt, en

    • 5°.

      voldoen aan onderdeel a, onder 2, 4, 5, 7 en 8;

  • c.

    slachtafvallen:

    • 1°.

      indien het hele slachtafvallen betreft, voldoen aan het bepaalde in onderdelen a en b, en

    • 2°.

      indien het slachtafvallen betreft in plakken gesneden, voldoen aan het bepaalde in onderdeel b;

  • d.

    vers vlees dat overeenkomstig dit besluit in een erkend koel- of vrieshuis is opgeslagen en nadien geen andere behandeling dan voor de opslag heeft ondergaan:

    • 1°.

      voldoet aan onderdeel a, onder 2, 4, 6, 7, en 8, en onderdelen b en c, en

    • 2°.

      tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming is vergezeld van een gezondheidscertificaat;

  • e.

    vers vlees dat overeenkomstig richtlijn nr. 64/433/EEG is verkregen in een lidstaat en dat onder douanetoezicht is opgeslagen in een overeenkomstig dit besluit erkend koel- of vrieshuis van een derde land en nadien geen andere behandeling dan voor de opslag heeft ondergaan:

    • 1°.

      voldoet aan onderdelen a, b en c,

    • 2°.

      beantwoordt aan de bijzondere waarborgen betreffende de keuring en de verklaring dat is voldaan aan de eisen met betrekking tot de opslag en het vervoer, en

    • 3°.

      is vergezeld van een gezondheidscertificaat;

  • f.

    gehakt vlees:

    • 1°.

      is geschikt voor menselijke consumptie,

    • 2°.

      is bereid uit dwarsgestreept spiervlees met inbegrip van aangrenzend vetweefsel, met uitzondering van de hartspier en het vlees dat op grond van bijlage I, hoofdstuk II, van richtlijn nr. 94/65/EG niet mag wor-den gebruikt voor de productie van gehakt vlees, dat voldoet aan de eisen van artikel 3 van richtlijn nr. 64/433/EEG, of, indien het vlees afkomstig is uit een derde land aan richtlijn nr. 72/462/EEG en dat overeenkomstig richtlijn nr. 97/78/EEG is gecontroleerd,

    • 3°.

      niet is bereid met of van vlees van eenhoevige dieren, vlees van vrij wild of vlees van gehouden wild,

    • 4°.

      indien het is bereid met of van varkensvlees, overeenkomstig richtlijn nr. 77/96/EEG is onderzocht op trichinen of een koudebehandeling heeft ondergaan als bedoeld in bijlage IV van die richtlijn,

    • 5°.

      binnen een door Onze Minister vastgestelde termijn is onderworpen geweest aan een koudebehandeling, met uitzondering van gehakt vlees waarvan de inwendige temperatuur tijdens de bereiding moet worden verlaagd,

    • 6°.

      is onderworpen geweest aan een controle door de bevoegde autoriteiten van het land van bereiding,

    • 7°.

      is voorzien van een onmiddellijke verpakking en een eindverpakking en in een door Onze Minister vastge-stelde vorm gebracht in de werkplaats van oorsprong,

    • 8°.

      op voldoende hygiënische wijze is bereid, verpakt, opgeslagen en vervoerd,

    • 9°.

      niet is behandeld met ioniserende of ultraviolette stralen,

    • 10°.

      is voorzien van een officieel goedkeuringsmerk en op voldoende wijze geëtiketteerd,

    • 11°.

      voldoet aan de door Onze Minister vastgestelde eisen met betrekking tot de benaming,

    • 12°.

      is vergezeld van een gezondheidscertificaat.

Artikel

7

Artikel

8

Onverminderd artikel 5 voldoen vleesproducten aan de volgende eisen:

  • a.

    zij zijn geschikt voor menselijke consumptie;

  • b.

    zij zijn bereid uit:

  • c.

    zij zijn niet bereid uit door Onze Minister aan te wijzen delen vlees;

  • d.

    zij zijn bereid met inachtneming van door Onze Minister vast te stellen voorschriften voor grondstoffen die gebruikt worden bij de vervaardiging van vleesproducten en mogen ook met andere levensmiddelen en kruiderijen worden gecombineerd;

  • e.

    zij zijn bereid, indien het betreft gepasteuriseerde of gesteriliseerde vleesproducten in hermetisch gesloten recipiënten of kant- en klaargerechten, met in achtneming van door Onze Minister vast te stellen bijzondere voorwaarden;

  • f.

    zij zijn bereid door middel van verhitten, doorzouten, marineren of drogen, welke procédés kunnen worden gecombineerd met roken of rijpen, in voorkomend geval onder bijzondere microklimatologische omstandigheden, en dat bij combinaties, in het bijzonder met bepaalde toevoegingsmiddelen voor het doorzouten, wordt voldaan aan nader door Onze Minister vast te stellen eisen;

  • g.

    zij zijn op voldoende wijze verpakt en geëtiketteerd;

  • h.

    zij zijn op voldoende hygiënische wijze gehanteerd, opgeslagen en vervoerd;

  • i.

    zij zijn vergezeld van een gezondheidscertificaat;

  • j.

    zij zijn voorzien van een officieel goedkeuringsmerk;

  • k.

    zij zijn onderworpen geweest aan een controle door de bevoegde autoriteit in het land van productie;

  • l.

    zij zijn niet onderworpen geweest aan ioniserende straling.

Artikel

9

Onverminderd artikel 5 voldoen vleesbereidingen aan de volgende eisen:

  • a.

    zij zijn geschikt voor menselijke consumptie;

  • b.

    zij zijn bereid met of van vlees, dat voldoet aan artikel 3 van richtlijn nr. 64/433/EEG, of indien het vlees van vrij wild betreft aan artikel 3 van richtlijn nr. 92/45/EEG, dan wel indien het vlees van gekweekt wild betreft aan artikel 6 van richtlijn nr. 91/495/EEG, of indien het vlees afkomstig is uit een derde land aan richtlijn nr. 72/462/EEG, of indien het gehouden wild betreft aan hoofdstuk III van richtlijn nr. 92/45/EEG, of indien het gekweekt wild betreft aan artikel 6 van richtlijn nr. 91/495/EEG, dan wel aan de in hoofdstuk II van bijlage I bij richtlijn nr. 92/118/EEG voor vlees van gekweekt wild en vlees van vrij wild opgenomen bepalingen;

  • c.

    zij zijn, indien zij zijn bereid met of van varkensvlees, overeenkomstig richtlijn nr. 77/96/EEG onderzocht op trichinen of hebben een koudebehandeling ondergaan als bedoeld in bijlage IV van die richtlijn;

  • d.

    zij zijn, indien bij de bereiding gebruik is gemaakt van diepgevroren vlees, binnen een door Onze Minister vastgestelde termijn bereid;

  • e.

    zij zijn onderworpen geweest aan een controle door de bevoegde autoriteiten van het land van bereiding

  • f.

    zij zijn voorzien van een onmiddellijke verpakking en een eindverpakking en in een door Onze Minister vastgestelde vorm gebracht;

  • g.

    zij zijn niet bereid met of van vlees van eenhoevige dieren;

  • h.

    zij zijn op voldoende hygiënische wijze bereid, verpakt, opgeslagen en vervoerd;

  • i.

    zij zijn niet behandeld met ioniserende of ultraviolette stralen;

  • j.

    zij zijn voorzien van een officieel goedkeuringsmerk en op voldoende wijze geëtiketteerd;

  • k.

    zij zijn vergezeld van een gezondheidscertificaat;

  • l.

    zij voldoen, indien zij zijn bereid met of van gehakt vlees, in afwijking vanonder a tot en met k, aan of krachtens artikel 6, tweede lid, onder f, en zesde lid, van het Besluit inzake vlees uit andere lidstaten.

Artikel

10

Onverminderd artikel 5 voldoen andere producten van dierlijke oorsprong aan de volgende eisen:

  • a.

    zij zijn geschikt voor menselijke consumptie;

  • b.

    zij zijn vervaardigd met inachtneming van door Onze Minister vast te stellen gezondheidsvoorschriften en zijn onderworpen geweest aan controles;

  • c.

    zij zijn vergezeld van een gezondheidscertificaat.

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Het is verboden vlees uit derde landen op Nederlands grondgebied te brengen, anders dan als doorvoer naar een derde land, indien het betreft:

  • a.

    vlees van:

    • 1°.

      dieren waarbij tijdens de keuring voor of na het slachten een van de volgende ziekten is vastgesteld:

      • Mond- en klauwzeer (MKZ),

      • Klassieke varkenspest (KVP),

      • Afrikaanse varkenspest (AVP),

      • Vesiculaire varkensziekte (VVZ),

      • Newcastle Disease (ND),

      • Runderpest,

      • Ziekte van kleine herkauwers («Peste des petits rum-inants»),

      • Vesiculaire stomatitis (VS),

      • Bluetongue,

      • Paardenpest,

      • Virale paardenpest-encefalomyelitis,

      • Teschener-ziekte,

      • Vogelpest,

      • Schapen- en geitenpokken,

      • Nodulaire dermatose,

      • Rifvalleykoorts,

      • Besmettelijke bovine pleuropneumonie,

      • gegeneraliseerde actinobacillose of gegeneraliseerde acti-nomy-cose,

      • miltvuur en boutvuur,

      • gegeneraliseerde tuberculose,

      • gegeneraliseerde lymfadenitis,

      • kwade droes,

      • hondsdolheid,

      • tetanus,

      • acute salmonellose,

      • acute brucellose,

      • vlekziekte,

      • botulisme,

      • septicemie, pyaemie, toxemie en viremie,

      • bovine spongiforme encephalopathie,

    • 2°.

      dieren die acute laesies vertoonden van bronchopneumonie, pleuritis, peritonitis, metritis, mastitis, artritis, pericarditis, enteritis of meningoencephalomyelitis, bevestigd door een gedetailleerde keuring, eventueel aangevuld met een bacteriologisch onderzoek en een onderzoek op residuen van stoffen met farmacologische werking. Wanneer de resultaten van deze bijzondere onderzoeken gunstig zijn, worden de karkassen evenwel geschikt voor menselijke verklaard na verwijdering van de voor consumptie ongeschikte delen,

    • 3°.

      dieren die leden aan de volgende parasitaire ziekten: gegeneraliseerde sarcosporidiose en gegeneraliseerde cysticercose en trichinose,

    • 4°.

      gestorven dieren, doodgeboren dieren of ongeboren dode vruchten,

    • 5°.

      te jong geslachte dieren waarvan het vlees oedeemverschijnselen vertoont,

    • 6°.

      sterk vermagerde dieren of dieren met uitgesproken anemie,

    • 7°.

      dieren die multiple tumoren, multiple abcessen of multiple ernstige verwondingen in verschillende delen van het karkas of in verschillende ingewanden vertoonden;

  • b.

    vlees van:

    • 1°.

      dieren die positief of onduidelijk hebben gereageerd op tuberculine waarbij bij de keuring na het slachten verricht onderzoek plaatselijke tuberculoselaesies heeft aangetoond in meerdere organen of meerdere delen van het karkas, met uitzondering van vlees van dieren waarbij een tuberculoselaesie is geconstateerd in de klieren van een zelfde orgaan of deel van een karkas, waarna enkel het aangetaste orgaan of deel van het karkas en de bijbehorende lymfeklieren ongeschikt wordt verklaard voor menselijke consumptie,

    • 2°.

      dieren die positief of onduidelijk hebben gereageerd op een brucellose-test waarbij de ziekte is bevestigd door laesies die wijzen op een acute aandoening;

  • c.

    delen van karkassen die ernstige serum- of bloedinfiltraties, gelokaliseerde abcessen of gelokaliseerde verontreinigingen vertonen;

  • d.

    slachtafvallen en ingewanden die pathologische laesies van infectieuze, parasitaire of traumatische oorsprong vertonen; vlees van koortsige dieren;

  • e.

    vlees dat ernstige afwijkingen vertoont inzake kleur, geur, consistentie en smaak;

  • f.

    wanneer de keuringsdierenarts constateert dat karkassen of slachtafvallen aangetast zijn door lymfadenitis caseosus of een andere etterige aandoening die echter niet gegeneraliseerd is noch gepaard gaat met sterke vermagering:

    • 1°.

      alle organen en daarmee verbonden lymfeklieren die deze aandoening in- of uitwendig vertonen, en

    • 2°.

      in alle gevallen waarop onderdeel 1 niet van toepassing is, de laesie en de aangrenzende delen, die hij, te zijner beoordeling, ongeschikt acht, de ouderdom en de activiteit van de laesie in aanmerking genomen, met dien verstande dat een oude goed ingekapselde laesie als inactief mag worden beschouwd;

  • h.

    vlees van de weggesneden steekplaats;

  • i.

    wanneer de keuringsdierenarts constateert dat hele karkassen of delen van karkassen dan wel slachtafvallen aangetast zijn door een andere ziekte of aandoening dan die vermeld in het voorgaande punten, het gehele karkas en de slachtafvallen of het deel van het karkas of het slachtafval waarvan hij denkt dat het ongeschikt voor menselijke consumptie moet worden verklaard;

  • j.

    karkassen waarvan de slachtafvallen niet aan de keuring na het slachten zijn onderworpen;

  • k.

    bloed;

  • l.

    vlees van dieren waaraan de volgende stoffen zijn toegediend:

    • 1°.

      door Onze Minister aangewezen producten waardoor het vlees gevaarlijk of schadelijk voor de gezondheid van de mens kan zijn, en

    • 2°.

      malsmakers (tenderizers);

  • m.

    vlees dat residuen bevat van door Onze Minister aangewezen stoffen en residuen van geneesmiddelen, van antibiotica, van bestrijdingsmiddelen of van andere stoffen die schadelijk zijn of er eventueel toe kunnen leiden dat de consumptie van vers vlees gevaarlijk of schadelijk is voor de gezondheid van de mens, in hoeveelheden die de door de Onze Minister vastgestelde toleranties overschrijden;

  • n.

    vlees dat besmet of aangetast is in een door Onze Minister vastgestelde mate;

  • o.

    levers en nieren van dieren van meer dan twee jaar oud afkomstig uit gebieden waarin men bij de uitvoering van overeenkomstig richtlijn nr. 96/23/EG goedgekeurde plannen een algemene aanwezigheid van zware metalen in het milieu heeft kunnen constateren;

  • p.

    vlees dat behandeld is met ioniserende of ultraviolette stralen, onverminderd eventuele communautaire voorschriften inzake doorstraling;

  • q.

    vlees dat een uitgesproken seksuele geur verspreidt;

  • r.

    vlees van dieren die bij een speciale noodslachting zijn gedood;

  • s.

    vlees afkomstig van op grond van artikel 4 van richtlijn nr. 64/433/EEG door de bevoegde autoriteit van een lidstaat erkende inrichtingen;

  • t.

    vlees van vrij wild, dat door Onze Minister aan te wijzen stoffen heeft opgenomen, waardoor de consumptie van het vlees gevaarlijk of schadelijk voor de gezondheid van de mens kan zijn; vlees van vrij wild waarbij de dood aan andere oorzaken is te wijten dan de jacht;

  • u.

    slachtafvallen van vrij wild;

  • v.

    vlees dat met andere kleurstoffen is gemerkt dan door onze minister voorgeschreven;

  • w.

    vlees, niet zijnde vlees van gehouden wild of vrij wild, van mannelijke varkens en cryptorchiede varkens;

  • x.

    vlees en slachtafvallen van dieren die niet op gegeneraliseerde wijze zijn aangetast door Cysticercus bovis of Cysticercus cellulosae, tenzij zij een koudebehandeling hebben ondergaan, overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde methode;

  • y.

    vlees van varkens of paarden, dat niet overeenkomstig het bepaalde in richtlijn nr. 77/96/EEG op trichinen is onderzocht, tenzij het een koudebehandeling heeft ondergaan overeenkomstig bijlage IV van die richtlijn;

  • aa.

    vlees van everzwijnen of van andere voor besmetting met trichinen vatbare soorten gekweekt wild of vrij wild, dat niet op trichinen is onderzocht met behulp van een digestiemethode overeenkomstig richtlijn nr. 77/96/EEG;

  • ab.

    separatorvlees;

  • ac.

    delen van organen, met uitzondering van in plakken gesneden levers van als huisdier gehouden runderen als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, onder 1;

  • ad.

    koppen van runderen, alsmede delen van spieren en andere weefsels van de kop, met uitzondering van de tong;

  • ae.

    uiers, het genitaal apparaat en het bloed van dieren die positief of onduidelijk hebben gereageerd op een brucellose-test, waarbij de ziekte niet is bevestigd door laesies die wijzen op een acute aandoening.

Artikel

14

Artikel

15

Als officiële dierenarts wordt aangewezen de keuringsdierenarts, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Regeling keuringsdienst 1984.

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

17a

Artikel

18

Het Besluit invoer vlees uit derde landen en het Besluit invoer vleesproducten en bepaalde andere producten uit derde landen worden ingetrokken.

Artikel

19

Artikel

20

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit invoer producten van dierlijke oorsprong uit derde landen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers
De Minister van Justitie, A. H. Korthals