Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder de commissie: de klachtencommissie, bedoeld in artikel 24a, eerste lid, van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie.
Hebben goedgevonden en verstaan:
In dit besluit wordt verstaan onder de commissie: de klachtencommissie, bedoeld in artikel 24a, eerste lid, van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie.
De commissie is belast met de behandeling van en de advisering over klachten over gedragingen die een vergunninghouder als bestuursorgaan heeft verricht. Afdeling 9.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en het eerste lid zijn tevens van toepassing op de behandeling van klachten over gedragingen die een vergunninghouder anders dan als bestuursorgaan heeft verricht.
Er kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd. Op hen zijn de artikelen 4 en 5 van overeenkomstige toepassing.
De voorzitter en de andere leden kunnen ten hoogste twee maal voor een periode van vier jaren worden herbenoemd.
De leden zijn niet werkzaam of werkzaam geweest onder verantwoordelijkheid van een vergunninghouder, van Onze Minister, van de raad voor de kinderbescherming of van de Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming.
De commissie stelt een reglement op ter regeling van haar werkwijze.
De vergunninghouder informeert aspirant-adoptiefouders die zijn bemiddeling inroepen schriftelijk omtrent het bestaan van de klachtencommissie en de mogelijkheid tot het indienen van klachten.
Dit besluit en artikel 14, onderdeel R, van de Wet van 14 mei 1998 tot uitvoering van het op 29 mei 1993 te 's-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie en, in verband daarmee, wijziging van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen en enige andere wetten (Stb. 302) treden in werking met ingang van 1 april 2000.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit klachtencommissie vergunninghouders interlandelijke adoptie.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.