het Rijk behulpzaam zijn bij het innen van de vergoedingen die het Algemeen Werkloosheidsfonds in geval van remigratie op grond van artikel 95 van de Werkloosheidswet aan het Rijk verschuldigd is. Het behulpzaam zijn omvat in elk geval het verschaffen van de informatie die noodzakelijk is voor het opstellen van de declaratie;
c.
het uitbrengen van voorlichtingsmateriaal dat verband houdt met het aanvragen van de basisvoorzieningen en de remigratievoorzieningen.
2
Over de inhoud en de uitgave van voorlichtingsmateriaal, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vindt periodiek overleg plaats tussen de SVB, het Nederlands Migratie Instituut en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel
3
1
De SVB biedt aan de Minister ter kennisneming een plan aan, waarin wordt vastgelegd welke maatregelen zullen worden genomen ter bevordering van een rechtmatige uitvoering van de wet.
2
Indien de SVB het plan, bedoeld in het eerste lid, wijzigt, wordt deze wijziging eveneens aan de Minister ter kennisneming aangeboden.
3
De Minister kan over het plan, bedoeld in het eerste lid, en over de wijziging van het plan, bedoeld in het tweede lid, opmerkingen maken.
Artikel
4
Op verzoek van de Minister verstrekt de SVB overeenkomstig de daarbij door de Minister gestelde eisen en binnen de door de Minister gestelde termijn alle door de Minister gevraagde inlichtingen, gegevens en bescheiden, die voor de uitoefening van zijn taak in verband met de wet nodig zijn.
Artikel
5
De SVB verstrekt halfjaarlijks vóór 1 april over de periode juli tot en met december daaraan voorafgaand en vóór 1 oktober over de periode januari tot en met juni daaraan voorafgaand aan de Minister de volgende inlichtingen, gegevens en bescheiden, voorzien van een toelichting of analyse:
a.
het aantal aanvragen;
b.
het aantal feitelijk toekenningen van de basisvoorzieningen en de daarmee verband houdende uitkeringsbedragen;
c.
het aantal feitelijke toekenningen van de remigratievoorzieningen en de daarmee verband houdende uitkeringsbedragen;
d.
het aantal afwijzingen.
Artikel
6
De SVB verstrekt halfjaarlijks vóór 1 april respectievelijk vóór 1 oktober aan de Minister de stand van zaken per 1 januari respectievelijk per 1 juli daaraan voorafgaand van de volgende inlichtingen, gegevens en bescheiden, voorzien van een toelichting of analyse:
a.
het aantal gerechtigden op remigratie-uitkeringen uitgesplitst naar bestemmingsland en de daarmee verband houdende uitkeringsbedragen;
b.
de samenstelling en de leeftijdsopbouw van de populatie remigranten;
De SVB verstrekt jaarlijks vóór 1 april over de periode januari tot en met december daaraan voorafgaand aan de Minister de volgende inlichtingen, gegevens en bescheiden, voorzien van een toelichting of analyse:
a.
het aantal sterftegevallen;
b.
het aantal beschikkingen inzake remigratievoorzieningen dat is ingetrokken naar aanleiding van het gebruik maken van de terugkeerregeling;
c.
het aantal remigratievoorzieningen waarvan de betaling is geschorst;
d.
het bedrag aan onverschuldigd betaalde remigratievoorzieningen ten aanzien waarvan een terugvorderingsbeschikking is genomen;
e.
de som van de aan de SVB terugbetaalde, alsmede de som van de door de SVB oninbaar verklaarde onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen;
f.
het aantal malen dat tegen een beschikking van de SVB bezwaar of beroep is aangetekend, het element van de beschikking waartegen het bezwaar of beroep zich richt, en het dictum van de beschikking op bezwaar of de uitspraak;
het aantal remigranten aan wie basis- of remigratievoorzieningen zijn toegekend en die een verklaring hebben afgelegd als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de wet, en van wie de nationaliteit vijf jaar na vertrek niet is gewijzigd.
Artikel
8
De SVB verstrekt jaarlijks vóór 1 april aan de Minister de stand van zaken per 1 januari daaraan voorafgaand van de volgende inlichtingen, gegevens en bescheiden, voorzien van een toelichting of analyse:
het aantal remigratie-uitkeringen voor alleenstaanden naar aanleiding van het verbreken van een relatie en de daarmee verband houdende uitkeringsbedragen;
c.
het aantal remigratie-uitkeringen voor alleenstaanden naar aanleiding van sterftegevallen en de daarmee verband houdende uitkeringsbedragen.
Artikel
9
1
De SVB biedt tenminste zes maal per jaar een tussentijdse rapportage aan de Minister aan.
2
De SVB biedt in ieder geval een tussentijdse rapportage aan de Minister aan:
a.
vóór 1 januari over de periode juli tot en met september daaraan voorafgaand;
b.
vóór 1 februari over de periode januari tot en met december van het daaraan voorafgaande jaar;
c.
vóór 1 april over de periode oktober tot en met december daaraan voorafgaand;
d.
vóór 1 mei over de periode januari tot en met december van het lopende jaar en januari tot en met december van het daarop volgende jaar;
e.
vóór 1 juli over de periode januari tot en met maart daaraan voorafgaand;
f.
vóór 1 oktober over de periode april tot en met juni daaraan voorafgaand.