Artikel
1
2
De Beroepscommissie bestaat uit ten hoogste drie onafhankelijke leden, waaronder begrepen de voorzitter die op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren, heeft verkregen.
3
De leden van de Beroepscommissie worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaren en kunnen eenmaal voor ten hoogste vier jaren worden herbenoemd.
5
Het lidmaatschap van de Beroepscommissie eindigt:
-
a.
door ontslag;
-
b.
bij het bereiken van de leeftijd van vijfenzestig jaar met ingang van de eerste dag van de daarop volgende maand;
-
c.
bij langdurige ziekte, na in de gelegenheid te zijn gesteld te worden gehoord door de Minister;
-
d.
op eigen verzoek;
-
e.
bij onherroepelijke veroordeling wegens een misdrijf, na in de gelegenheid te zijn gesteld te worden gehoord door de Minister.