Regeling erkenning en examinering Besluit vluchtige organische stoffen Wms 2000

Regeling erkenning en examinering Besluit vluchtige organische stoffen Wms 2000

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In de bij of krachtens deze regeling gegeven voorschriften wordt verstaan onder:

  • a.

    Milieucertificaat verf-/lakspuiten: schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat met succes het examen voor het bedrijfsmatig spuiten met verf of lak is afgelegd;

  • b.

    Besluit: Besluit vluchtige organische stoffen Wms;

  • c.

    Minister: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

  • d.

    deelnemer: deelnemer aan een examen verf- of lakspuiten.

§

2

Erkenning van een instelling

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

§

3

Informatieverstrekking en bewaring van gegevens

Artikel

5

§

4

Intrekking van de erkenning

Artikel

6

De Minister kan een door hem verleende erkenning van een instelling intrekken indien:

  • a.

    naar zijn mening de kwaliteit en onafhankelijkheid van de instelling ten aanzien van het examen ‘spuiten met verf of lak’ niet meer is gewaarborgd;

  • b.

    de instelling niet meewerkt aan controle door de Minister van de kwaliteit van het opstellen, afnemen en beoordelen van het examen ‘spuiten met verf of lak’.

§

5

Commissie van toezicht

Artikel

7

Artikel

8

§

6

Examen

Artikel

9

Artikel

10

§

7

Bezwaar en beroep

Artikel

11

§

8

Slotbepalingen

Artikel

12

Een ieder die betrokken is bij de organisatie en uitvoering van een examen als bedoeld in deze regeling, en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift terzake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van de examinering noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel

13

De Regeling erkenning en examinering Besluit vluchtige organische stoffen Wms wordt ingetrokken.

Artikel

14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning en examinering Besluit vluchtige organische stoffen Wms 2000.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.P.Pronk

Bijlage

bij de Regeling erkenning en examinering Besluit vluchtige organische stoffen WMS 2000

§

1

Eindtermen

De eindtermen bevatten ten minste de volgende onderwerpen:

  • a.

    De deelnemer is in staat te omschrijven wat met het begrip ‘goed huisvader’ (good housekeeping) tijdens het klaarmaken en verwerken van verf- en lakproducten wordt bedoeld.

  • b.

    De deelnemer is in staat de invloed van vluchtige organische stoffen op mens en milieu aan te geven.

  • c.

    De deelnemer is in staat aan te geven welke wet- en regelgeving inzake het milieu van toepassing zijn op het beroepsmatig verwerken van verf- en lakproducten.

  • d.

    De deelnemer kan voorbeelden noemen van zaken die in de milieuwetgeving worden geregeld; hij weet wanneer een vergunning is vereist en wie met controle is belast.

  • e.

    De deelnemer is in staat maatregelen te noemen die leiden tot beperking van de uitworp van vluchtige organische stoffen en van afval.

  • f.

    De deelnemer is in staat de verf of de lak en de apparatuur te beschrijven waarmee op een milieusparende manier een laklaag kan worden aangebracht.

  • g.

    De deelnemer kent de betekenis van de etiketten die op de verpakking van verf of lak zijn aangebracht en waarom deze zijn voorgeschreven.

  • h.

    De deelnemer is in staat de mogelijkheden te noemen afval ten gevolge van het gebruik van verf of lak te beperken.

  • i.

    De deelnemer is in staat de verschillen aan te geven tussen oplosmiddelrijke verf- en lakproducten, high solids en watergedragen verf- en lakproducten.

  • j.

    De deelnemer is in staat afwijkingen van het spuitpatroon te onderkennen.

  • k.

    De deelnemer is in staat persoonlijke beschermingsmiddelen te noemen die bij het spuiten van verf of lak zijn vereist.

  • l.

    De deelnemer is in staat het geleerde in de praktijk te tonen.

§

2

Toetstermen

De toetstermen omvatten ten minste het volgende:

  • a.

    De deelnemer toont aan te weten wat met het begrip ‘goed huisvader’ (good housekeeping) tijdens het klaarmaken en verwerken van verf- of lakproducten wordt bedoeld.

  • b.

    De deelnemer toont aan de invloed van vluchtige organische stoffen op mens en milieu aan te kunnen geven.

  • c.

    De deelnemer toont aan te kunnen aangeven welke wet- en regelgeving inzake het milieu van toepassing zijn op het beroepsmatig verwerken van verf- of lakproducten.

  • d.

    De deelnemer noemt voorbeelden van zaken die in de milieu-wetgeving worden geregeld; hij geeft aan wanneer een vergunning is vereist en wie met controle is belast.

  • e.

    De deelnemer toont aan maatregelen te kunnen noemen die leiden tot beperking van de uitworp van vluchtige organische stoffen en tot beperking van afval bij het spuiten met verf of lak.

  • f.

    De deelnemer toont aan de verf of lak en de apparatuur te kunnen beschrijven waarmee op een milieusparende manier een laklaag kan worden aangebracht.

  • g.

    De deelnemer toont aan de betekenis te kennen van de etiketten die op de verpakking van verf- of lakproducten zijn aangebracht en te weten waarom deze zijn voorgeschreven.

  • h.

    De deelnemer toont aan de verschillen aan te kunnen geven tussen oplosmiddelrijke verf- of lakproducten, high solids en watergedragen verf- of lakproducten.

  • i.

    De deelnemer toont aan afwijkingen van het spuitpatroon te kunnen onderkennen en te verhelpen.

  • j.

    De deelnemer toont aan persoonlijke beschermingsmiddelen te kunnen noemen die bij het spuiten met verf of lak zijn vereist.