Wet van 23 maart 2000 tot wijziging van de Mediawet in verband met de invoering van een vernieuwd concessiestelsel voor de landelijke publieke omroep

Wijzigingswet Mediawet inzake invoering van een vernieuwd concessiestelsel voor de landelijke publieke omroep

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Mediawet te wijzigen in verband met de invoering van een nieuw concessiestelsel voor de publieke omroep en daartoe regels te stellen met betrekking tot de taakopdracht en organisatie van de publieke omroep;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Mediawet.

Artikel

II

Wijzigt de Telecommunicatiewet.

Artikel

III

Wijzigt de wet van 13 november 1997 tot wijziging van bepalingen van de Mediawet in verband met een herziening van de organisatiestructuur van de landelijke publieke omroep (Stb. 544).

Artikel

IIIA

Wijzigt de Wet op de naburige rechten.

Artikel

IV

Artikel

V

Artikel

VI

Artikel

VII

Artikel

VIII

Artikel

IX

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, F. van der Ploeg
De Minister van Justitie, A. H. Korthals