Besluit van 28 april 2000, houdende regels omtrent de geschiktheid van plaatsen waar groepen van personen bestuurlijk worden opgehouden (Besluit plaatsen bestuurlijke ophouding)

Besluit plaatsen bestuurlijke ophouding

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 25 februari 2000, nr. EA2000/U58162;
De Raad van State gehoord (advies van 23 maart 2000, nr. W04.00.0088/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 25 april 2000, nr. EA2000/464269;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Paragraaf

1

Begripsbepaling

Paragraaf

2

Eisen aan de plaats van ophouding

Artikel

2

De burgemeester onderscheidenlijk de gezaghebber draagt er zorg voor dat voldoende maatregelen zijn genomen om de veiligheid van de opgehoudenen en andere op de plaats van ophouding aanwezigen, te waarborgen.

Artikel

3

De burgemeester onderscheidenlijk de gezaghebber draagt er zorg voor dat de opgehoudenen kunnen beschikken over een redelijke bewegingsruimte.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Paragraaf

3

Slotbepalingen

Artikel

7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit plaatsen bestuurlijke ophouding.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K. G. de Vries
De Minister van Justitie, A. H. Korthals