Besluit van 28 april 2000, houdende aanvullende rechtspositionele voorzieningen in verband met enkele reorganisaties betreffende de zittende magistratuur (Sociaal beleidskader reorganisaties zittende magistratuur)

Sociaal beleidskader reorganisaties zittende magistratuur

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Justitie, van 24 februari 2000, Directie Wetgeving, nr. 5012877/00/6;
De Raad van State gehoord (advies van 16 maart 2000, nr. W03.00.0076/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Justitie, van 20 april 2000, nr. 5023663/00/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder:

  • a.

    oorspronkelijke ambt: het ambt waarin de rechterlijk ambtenaar is benoemd;

  • b.

    passend ambt: het ambt waarin de rechterlijk ambtenaar redelijkerwijs kan worden benoemd dan wel waarvan het vervullen hem redelijkerwijs kan worden opgedragen, gezien de aard en taakinhoud van het ambt alsmede gelet op de opleiding, ervaring, geschiktheid, persoonlijkheid en overige omstandigheden van de rechterlijk ambtenaar;

  • c.

    rechterlijk ambtenaar: een bij een kantongerecht, een arrondissementsrechtbank of een gerechtshof met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht, een bij een van deze gerechten benoemde gerechtsauditeur, dan wel een bij een van deze gerechten benoemde griffier;

  • d.

    reorganisatie: een op de wet gebaseerde wijziging van de organisatiestructuur, omvang of taakinhoud van een kantongerecht, een arrondissementsrechtbank of een gerechtshof, waaraan personele consequenties zijn verbonden;

  • e.

    verplaatsen: het wijzigen van de standplaats van de rechterlijk ambtenaar.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

7

De rechterlijk ambtenaar die in het kader van een reorganisatie wordt benoemd of geplaatst in een ambt waaraan een lager salaris is verbonden dan aan zijn oorspronkelijke ambt, behoudt gedurende de periode dat hij het nieuwe ambt vervult het salaris behorende bij zijn oorspronkelijke ambt.

Artikel

8

Artikel

9

Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van een of meer reorganisaties sociale plannen worden vastgesteld, waarin nadere regels omtrent de toepassing en de uitvoering van dit besluit worden opgenomen.

Artikel

10

In bijzondere gevallen waarin de bij of krachtens dit besluit gestelde regels niet of niet naar redelijkheid en billijkheid voorzien, kan Onze Minister van Justitie, gehoord de functionele autoriteit, daarvan in voor de rechterlijk ambtenaar gunstige zin afwijken.

Artikel

11

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

Artikel

12

Dit besluit wordt aangehaald als: Sociaal beleidskader reorganisaties zittende magistratuur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, A. H. Korthals
De Staatssecretaris van Justitie, M. J. Cohen
De Minister van Justitie, A. H. Korthals