Artikel
1
Vrijstelling wordt verleend van artikel 5:8, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidstijdenwet.
Besluit:
Vrijstelling wordt verleend van artikel 5:8, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidstijdenwet.
Deze vrijstelling is uitsluitend van toepassing op werknemers van 18 jaar of ouder die arbeid verrichten in of op een railvoertuig, gebezigd voor vervoer van personen over lokaalspoorwegen.
De werkgever organiseert de arbeid in een vooraf opgesteld arbeidstijdpatroon zodanig, dat de werknemer:
ten hoogste 4 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren arbeid verricht in nachtdienst welke eindigt vóór of op 02.00 uur;
na een nachtdienst die wordt gevolgd door een dienst, niet zijnde een nachtdienst, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 11 uren;
in de dienst, niet zijnde een nachtdienst, bedoeld in onderdeel b, ten hoogste 6 uur arbeid verricht;
na de dienst, niet zijnde een nachtdienst, bedoeld in onderdeel b, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 48 uren.