Artikel
I
Wijzigt de Pensioen- en spaarfondsenwet.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Pensioen- en spaarfondsenwet.
Artikel 2c van de Pensioen- en spaarfondsenwet, zoals dat artikel luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, blijft van toepassing op personen wier deelnemerschap aan een pensioenregeling waarin wijzigingen in rechten en verplichtingen op grond van genoemd artikel 2c zijn ontstaan, voor de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, van deze wet is geëindigd.
Onze Minister kan verenigingen aanwijzen op wie artikel 6a, eerste lid, vierde zin, en vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, zoals dat artikel luidt na inwerkingtreding van deze wet, tot 1 januari 2001 niet van toepassing zijn.
Met betrekking tot op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bestaande deelnemersraden als bedoeld in artikel 6a, eerste en tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, moeten de statuten en reglementen van een fonds binnen vijf jaren na dat tijdstip voldoen aan dat artikel.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen, onderdelen van artikelen of leden van artikelen verschillend kan luiden.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.