Subsidieregeling Stichting Beroepenpromotie Nederland
De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Gelet op artikel 2.7. van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
Besluit:
Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a
wet:
de Wet educatie en beroepsonderwijs;
b
Awb:
de Algemene wet bestuursrecht;
c
Minister:
de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;
d
Subsidieontvanger:
de stichting Beroepenpromotie Nederland (SBN), gevestigd te 's-Gravenhage;
e
Beroepsonderwijs:
onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid van de wet;
f
Week van het Beroepsonderwijs:
de landelijke promotiecampagne voor het beroepsonderwijs in januari 2001
Artikel
2
Doelomschrijvingen
1
De minister verstrekt subsidie per boekjaar voor de jaren 2000 tot en met 2003 aan de subsidieontvanger voor activiteiten die bijdragen aan de promotie van het beroepsonderwijs.
2
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten, voor zover zij bijdragen aan de promotie van het beroepsonderwijs:
a.
het organiseren van de Week van het Beroepsonderwijs;
b.
het stimuleren van deelname aan en het organiseren van beroepenwedstrijden;
c.
het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van normen voor vakbekwaamheid en
d.
het uitwisselen van kennis over beroepsonderwijs. e. het organiseren van de verkiezing van het beste leerbedrijf van het jaar.
Artikel
3
Toepasselijke voorschriften Awb
Op de subsidie zijn de artikelen 4 tot en met 14 van de Wet overige OCenW-subsidies van overeenkomstige toepassing.
Artikel
4
Subsidiebedrag
De subsidie voor subsidieontvanger bedraagt voor het jaar 2000 ƒ 1.100.000,-.
Artikel
5
Subsidieaanvraag
De minister verleent de subsidie op aanvraag.
Artikel
6
Niet vervullen begrotingsvoorwaarde
De minister verlaagt de verleende subsidiebedragen in geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid Awb, tot het bedrag dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting voor de subsidie ter beschikking staat.
Artikel
7
Bevoorschotting
De minister verleent de subsidieontvanger een voorschot op het subsidiebedrag.
Artikel
8
Informatieplicht
1
De subsidieontvanger verstrekt de minister en de door hem aangewezen personen de gevraagde inlichtingen.
2
De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de minister en de door hem aangewezen personen volledig inzage hebben in boeken en bescheiden.
3
De subsidieontvanger verleent de minister en de door hem aangewezen personen toegang tot de door hem gebruikte plaatsen.
4
De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkelingen van het beleid.
Artikel
9
Verstrekken gegevens
1
De subsidieontvanger verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar het financieel verslag en activiteitenverslag, bedoeld in artikel 4:75 Awb.
2
Het financieel verslag gaat vergezeld van een schriftelijke verklaring, als bedoeld in artikel 4:78 Awb.
Artikel
10
Ambtshalve subsidievaststelling
De minister stelt de subsidie binnen drie maanden na verstrekking van de gegevens, bedoeld in artikel 9, ambtshalve vast.
Artikel
11
Citeertitel
De regeling zal in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel
12
Inwerkingtreding en vervaldatum
Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 januari 2000 en vervalt met ingang van 1 januari 2005.
Artikel
13
Citeertitel en bekendmaking
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Stichting Beroepenpromotie Nederland.
Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst.
De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappendrs. L.M.L.H.A.Hermans