Handhavingsvoorschrift krachtens artikel 30a van de Luchtvaartwet voor het luchtvaartterrein Maastricht

Handhavingsvoorschrift Maastricht

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gezien het advies van de Milieucommissie Luchthaven Maastricht van 2 maart 2000, kenmerk MLM 00-033;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Hoofdstuk

2

Verzameling van gegevens

Artikel

2

Artikel

4

Artikel

5

Indien de exploitant niet heeft voldaan aan een van de termijnen, genoemd in artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet, maakt de Inspecteur-Generaal daarvan onmiddellijk rapport op. Hij zendt het rapport aan de Luchtvaartpolitie en een afschrift daarvan aan de exploitant, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie 28. Tevens stelt hij de Minister hiervan terstond in kennis.

Hoofdstuk

3

Toetsing van feitelijk gebruik aan gebruiksplan en geluidszones

§

3.1

De zich ontwikkelende geluidsbelasting

Artikel

6

§

3.2

Overschrijding van de verwachte geluidsbelasting

Artikel

7

§

3.3

Dreigende overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting

Artikel

8

§

3.4

Overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting

Artikel

9

Indien blijkt dat de maximaal toelaatbare geluidsbelasting in een netwerkpunt is overschreden, stelt de Inspecteur-Generaal de Minister en de exploitant daarvan onmiddellijk in kennis, en zendt een afschrift van deze mededeling aan de Minister van VROM en aan de voorzitter van de Commissie 28.

§

3.5

VFR-vliegtuigbewegingen

Artikel

10

Vervallen

§

3.6

Toepassing preferentieel baangebruiksysteem

Artikel

11

Op verzoek van het klachtenbureau van de Commissie 28 kan de Inspecteur-Generaal, indien de aard of omvang van de klachten daartoe aanleiding geeft, een specifieke controle uitvoeren op de toepassing van het preferentieel baangebruiksysteem.

Hoofdstuk

4

Toezicht op naleving gebruiksvoorschriften

§

4.1

Extensieregeling

Artikel

12

Artikel

13

Indien blijkt dat de exploitant in strijd met artikel 7 van het aanwijzingsbesluit vliegtuigbewegingen op het luchtvaartterrein heeft toegelaten, maakt de Inspecteur-Generaal hiervan rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie en in afschrift aan de exploitant en de Minister van VROM. Tevens stelt de Inspecteur-Generaal de Minister daarvan onmiddellijk in kennis.

§

4.2

Tolerantiegebieden

Artikel

14

Artikel

15

§

4.3

Circuitvluchten, les- en oefenvluchten

Artikel

16

Artikel

17

Indien blijkt dat de gezagvoerder circuitvluchten, les- en oefenvluchten als bedoeld in artikel 8 van het aanwijzingsbesluit uitvoert of heeft uitgevoerd buiten in dat artikel genoemde periode, maakt de Inspecteur-Generaal hiervan rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie.

§

4.4

Subsone vliegtuigen

Artikel

18

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

19

Indien blijkt dat de gezagvoerder heeft gehandeld in strijd met de in artikel 18 genoemde Richtlijn, maakt de Inspecteur-Generaal hiervan rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie.

Artikel

20

Artikel

22

Artikel

24

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

25

Deze regeling wordt aangehaald als: Handhavingsvoorschrift Maastricht.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos