Artikel
1
Het Rijk neemt deel aan de gemeenschappelijke regeling waarbij een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd Het Historisch Centrum Overijssel, wordt ingesteld en die als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Besluit:
Het Rijk neemt deel aan de gemeenschappelijke regeling waarbij een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd Het Historisch Centrum Overijssel, wordt ingesteld en die als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
De uit de gemeenschappelijke regeling voortvloeiende kosten worden onder aftrek van inkomsten door de minister en het bestuur van de gemeenten gedragen volgens de verdeling rijk: f 3.495.775,- incl. BTW, gemeente Zwolle: f 2.363.325,- incl. BTW.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, F. van der Ploeg;
De raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle,
Gelet op de artikelen 1 en 93 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
Gelet op het besluit van de Staats-secretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 10 juli 2000, nr. DCE/00/12702;
Besluiten:
tot het treffen van de navolgende gemeenschappelijke regeling tot de instelling van een openbaar lichaam dat de archiefbescheiden die berusten in de gemeentelijke archiefbewaarplaats van de gemeente Zwolle en in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Overijssel beheert.
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
de Minister van Onder-wijs, Cultuur en Wetenschappen;
de gemeente Zwolle;
archiefbescheiden als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Archiefwet 1995.
Het Historisch Centrum Overijssel is ingesteld met het doel de belangen van de minister en de gemeente bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Overijssel en de gemeentelijke archiefbewaarplaats van Zwolle in gezamenlijkheid te behartigen.
Aan het Historisch Centrum Overijssel zijn daartoe de navolgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de minister en de gemeente overgedragen:
de beheerstaken, te onderscheiden in het behouden, bewerken en benutten van de archiefbescheiden die berusten in de in het tweede lid genoemde archiefbewaarplaatsen;
de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 16, tweede lid, 17, 18, 20, 26, tweede lid, 31 en 32 van de Archiefwet 1995;
het adviseren en het doen van voorstellen aan de minister en de gemeente over de taken en bevoegdheden, die door de minister of de gemeente worden uitgevoerd ingevolge de artikelen 5, 6, 7, 8, 12, 13, 15, eerste en tweede lid, 30 en 32, tweede lid, van de Archiefwet 1995;
het verrichten van door de minister of de gemeente opgedragen andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede lid.
Het Historisch Centrum Overijssel voert bij de behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede lid, het archiefbeleid van de minister en de gemeente mede uit.
Het Archief brengt de kosten, bedoeld in de artikelen 14 en 18, zesde lid, van de Archiefwet 1995 in rekening volgens de regels die de minister ingevolge artikel 19 van de Archief-wet 1995 daaromtrent vaststelt.
De raad van de gemeente wijst uit zijn midden vier leden aan, waaronder het lid van het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de portefeuille archiefzaken.
Het lidmaatschap van de leden, bedoeld in het tweede en derde lid, eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt.
Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het vierde lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.
De raad van de gemeente beslist uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode van de raad over de aanwijzing, bedoeld in het derde lid.
Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijst de raad of de minister zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
Het voorzitterschap van het algemeen bestuur wordt bij toerbeurt voor een periode van twee jaar vervuld door het lid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, dat de portefeuille archiefzaken in zijn beheer heeft, respectievelijk door een daartoe door de minister aangewezen lid.
Aan het algemeen bestuur behoren ter uitvoering van de aan het Historisch Centrum Overijssel toegekende taak alle bevoegdheden die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen.
Aan het algemeen bestuur worden de volgende taken en bevoegdheden toegekend:
de bevoegdheid van de raad van de gemeente om ingevolge artikel 31 van de Archiefwet 1995 de gemeentelijke archiefbewaarplaats aan te wijzen;
de bevoegdheid van de minister om de rijksarchivaris in de provincie Overijssel, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Archiefwet 1995, te benoemen, te schorsen, en te ontslaan;
de bevoegdheid van de raad van de gemeente om ingevolge artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995 de gemeentearchivaris te benoemen, te schorsen en te ontslaan.
Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de raad van de gemeente en aan de minister de door hen gevraagde inlichtingen.
Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raad van de gemeente, die hem heeft aangewezen zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer leden van die raad in een vergadering van de raad of schriftelijk aan dat lid gevraagde inlichtingen.
De raad van de gemeente en de minister kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur, dat hun vertrouwen niet meer bezit ontslag verlenen.
Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als één of meer leden van het dagelijks bestuur dit nodig oordelen.
Het dagelijks bestuur stelt regels voor zijn vergaderingen vast.
Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met:
de zorg voor de uitvoering van de aan het openbaar lichaam overgedragen bevoegdheden en taken, zoals genoemd in artikel 2, voorzover die niet zijn opgedragen aan het algemeen bestuur;
het voorbereiden, voorzover dit niet aan anderen is opgedragen van al hetgeen in het algemeen bestuur ter overweging moet worden gebracht;
het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur, voorzover dit niet aan anderen is opgedragen;
het beheer van de activa en passiva van het Historisch Centrum Overijssel;
de zorg, voorzover deze van het dagelijks bestuur afhangt voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van Historisch Centrum Overijssel;
het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring van recht of bezit.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.
Het algemeen bestuur kan besluiten dat de leden van het bestuur, voorzover zij niet de functie vervullen van burgemeester of wethouder van de gemeente, of als ambtenaar in rijks- of gemeentedienst werkzaam zijn, een vergoeding ontvangen voor hun werkzaamheden ten behoeve van Historisch Centrum Overijssel.
De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door de minister en de gemeente, door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen.
De jaarlijkse bijdrage van de minister en de gemeente is gebaseerd op de bij deze regeling behorende en door beide partijen ondertekende investerings- en exploitatiebegroting en bedraagt voor de minister f 3.495.775,- inclusief BTW en voor de gemeente f 2.363.325,- inclusief BTW.
De in het tweede lid bedoelde bedragen zijn gebaseerd op het loon- en prijspeil per 1 januari 1999 en zullen jaarlijks, voor het eerst per 1 januari 2000, worden aangepast aan de prijsontwikkelingen op basis van het prijsmutatiepercentage voor de netto materiële overheidsconsumptie, zoals jaarlijks opgenomen in het Centraal Economisch Plan en zoals door de gemeente gehanteerd bij de opstelling van haar jaarlijkse begroting.
Indien de investeringen en de daaruit voortvloeiende lasten in werkelijkheid minder bedragen dan in de in het tweede lid bedoelde investerings- en exploitatiebegroting is voorzien, wordt de door de minister en de gemeente verschuldigde jaarlijkse bijdrage naar rato verminderd.
Indien het toetreden tot deze regeling van andere bestuursorganen of het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met derden, er toe leidt dat een deel van de lasten voortvloeiende uit de investeringen als bedoeld in de in het tweede lid aangegeven investerings- en exploitatiebegroting, door deze bestuursorganen en/of derden worden gedragen, worden de financiële voordelen die daardoor ontstaan op de door de minister en de gemeente verschuldigde jaarlijkse bijdrage naar rato in mindering gebracht.
Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer en de boekhouding van het Historisch Centrum Overijssel. Deze regels behoeven de instemming van de minister en de gemeente.
Het dagelijks bestuur stelt eenmaal per vier jaar een vierjarig beleidsplan, activiteitenplan en een meerjarenbegroting op.
Een periode van vier jaren als bedoeld in het eerste lid valt samen met de periode van een cultuurnota als bedoeld in artikel 3 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid.
De minister en de gemeente geven gezamenlijk voor de komende vier jaren aan het Historisch Centrum Overijssel een opdracht met betrekking tot de bereiken resultaten. De minister baseert zich hierbij op de uit te brengen cultuurnota.
Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks vóór 1 mei een ontwerpbegroting en een ontwerpactiviteitenplan op voor het volgende kalenderjaar, een en ander met inachtneming van het beleid, bedoeld in artikel 2, vierde lid, en de aanwijzingen, bedoeld in artikel 2, zesde lid. Deze begroting is in overeenstemming met de meerjarenbegroting en het beleidsplan.
In het activiteitenplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke belangen en resultaten het Historisch Centrum Overijssel met de activiteiten nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn bestemd.
De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de activiteiten van dat jaar. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting.
Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpactiviteitenplan en de ontwerpbegroting onverwijld vóór 15 mei toe aan het algemeen bestuur, de raad van de gemeente en de minister.
Het ontwerpactiviteitenplan en de ontwerpbegroting met toelichting worden door de zorg van de gemeente en de minister voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
De raad van de gemeente en de minister kunnen het dagelijks bestuur voor 15 juli van hun gevoelen omtrent de ontwerpbegroting doen blijken.
De raad van de gemeente en de minister voldoen de verschuldigde bijdrage bij wijze van voorschot in twaalf gelijke termijnen, telkens op de eerste dag van de maand van het betreffende begrotingsjaar.
Van de inkomsten en uitgaven wordt door het dagelijks bestuur jaarlijks verantwoording gedaan aan het algemeen bestuur door middel van de jaarrekening onder overlegging van een jaarverslag en van de daarbij, op grond van de regels bedoeld in artikel 18, eerste lid, behorende bescheiden, een en ander vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
De minister en de gemeente kunnen regels stellen over de inrichting van de begroting, het financieel verslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole. Het jaarverslag geeft inzicht in de bereikte resultaten als bedoeld in artikel 20, tweede lid.
Een batig saldo kan worden bestemd voor vorming van of toevoeging aan de reserve. De hoogte van deze reserve wordt bepaald door het algemeen bestuur, gehoord de raad van de gemeente en de minister. Indien en voorzover een batig saldo niet wordt aangewend voor de reserve wordt het saldo naar rato van de jaarlijkse bijdrage uitgekeerd aan de gemeente en de minister.
Overeenkomstig door het algemeen bestuur vast te stellen regels, die aan gedeputeerde staten worden medegedeeld, draagt het dagelijks bestuur zorg voor de archiefbescheiden van het Historisch Centrum Overijssel.
De archiefbescheiden van het Historisch Centrum Overijssel die op grond van de Archiefwet 1995 moeten worden overgebracht, komen te berusten in de door het algemeen bestuur als zodanig aangewezen archiefbewaarplaats in Zwolle.
De bestuursorganen van de gemeente, de minister en het Historisch Centrum Overijssel verstrekken elkaar desgevraagd inlichtingen en gegevens welke zij nodig achten voor de uitoefening van hun taak.
De bestuursorganen van de gemeente en de minister doen het dagelijks bestuur mededeling van de bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen die voor de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2, voor het Historisch Centrum Overijssel van belang zijn.
De directeur is belast met de uitvoering van de taken van het Historisch Centrum Overijssel die voortvloeien uit de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2, derde lid en legt daarover verantwoording af aan het algemeen, respectievelijk het dagelijks bestuur.
Het overige personeel wordt in dienst genomen, geschorst of ontslagen door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur is bevoegd deze bevoegdheden aan de directeur te mandateren.
De rechtspositieregeling van de gemeente Zwolle, zoals deze thans luidt en in de toekomst na wijziging zal luiden, is op het personeel van overeenkomstige toepassing.
Toetreding tot de regeling kan geschieden bij een daartoe strekkend gezamenlijk besluit van de raad van de gemeente, de minister en de toe te treden bestuursorganen of rechtspersoon.
Uittreding uit de regeling kan geschieden door toezending van een daartoe strekkend besluit van de raad van de gemeente of de minister.
Deze regeling kan worden gewijzigd bij besluit van de raad van de gemeente en de minister gezamenlijk.
Deze regeling kan worden opgeheven bij besluit van de raad van de gemeente en de minister gezamenlijk. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de opheffing en de liquidatie.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling Historisch Centrum Overijssel.
Deze regeling zal met de toelichting door de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in de Staatscourant worden geplaatst.