Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
de minister:
De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;
-
Bevoegd gezag:
het bevoegd gezag van een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs vallende onder de Wet op het primair onderwijs; het bevoegd gezag van een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school/instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs vallende onder de Wet op de expertisecentra; het bevoegd gezag van een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 125 van de WVO; het bevoegd gezag van een afdeling voor speciaal voortgezet onderwijs verbonden aan speciale scholen voor basisonderwijs als bedoeld in artikel XXXVII van de wet van 2 april 1998 Stb. 228);
-
Leraar in opleiding:
de student van een lerarenopleiding bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet op het primair onderwijs, die wordt benoemd op een leer-arbeidsplaats bij een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs. De student van een lerarenopleiding bedoeld in artikel 3, achtste lid, van de Wet op de expertisecentra, die wordt benoemd op een leer-arbeidsplaats bij een school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs dan wel een school/instelling voor speciaal en voortgezet onderwijs. De student van de lerarenopleiding bedoeld artikel 126, achtste lid, van de Wet voortgezet onderwijs, die wordt benoemd op een leer-arbeidsplaats bij een school voor voortgezet speciaal onderwijs;
-
Leer-arbeidsplaats:
een functie waarin uitsluitend een leraar in opleiding kan worden benoemd;
-
Leer-arbeidsovereenkomst:
Een overeenkomst die bestaat uit een benoeming en een leer-overeenkomst die gesloten wordt tussen drie partijen: de leraar in opleiding, het bevoegd gezag van de school/instelling waar de leraar in opleiding is benoemd en de lerarenopleiding waar de leraar in opleiding is ingeschreven.