Regeling vernieuwing lerarenopleidingen basisonderwijs 2000 en 2001

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Gelet op:
  • artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

Paragraaf

1

Inleidende bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister:

    de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • b.

    hogeschool:

    een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • c.

    school voor primair onderwijs:

    een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs dan wel een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.

Artikel

2

Doelomschrijving

De minister kan projectsubsidie verstrekken voor activiteiten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, gericht op de vernieuwing van opleidingen tot leraar basisonderwijs onder meer met het oog op de behoeften van niet-traditionele doelgroepen, op de verdergaande integratie van informatie- en communicatietechnologie in de lerarenopleidingen, en op de behoeften van de scholen voor primair onderwijs.

Artikel

3

Subsidieaanvrager

Subsidie wordt verleend aan een bekostigde hogeschool die een opleiding tot leraar basisonderwijs verzorgt die is opgenomen in het onderdeel Onderwijs van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel

4

Vaststelling subsidieplafond

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is in de periode van 2000 tot en met 2001 een bedrag van maximaal ƒ 20 miljoen beschikbaar, te weten ƒ 10 miljoen in 2000, en ƒ 10 miljoen in 2001.

Artikel

5

Subsidiebedrag per subsidieontvanger

De subsidie per hogeschool is ten hoogste gelijk aan het bedrag voor die hogeschool, genoemd in de bijlage bij deze regeling.

Paragraaf

2

Subsidieaanvraag

Artikel

6

Subsidieaanvraag

Subsidie voor de periode 2000 tot en met 2001 wordt verleend op aanvraag.

Artikel

7

Vereisten

De subsidieaanvraag omvat:

  • a.

    een meerjarenactiviteitenplan als bedoeld in artikel 8;

  • b.

    een meerjarenbegroting als bedoeld in artikel 9;

  • c.

    de overige gegevens, bedoeld in artikel 10.

Artikel

8

Meerjarenactiviteitenplan

Artikel

9

Meerjarenbegroting

De meerjarenbegroting biedt inzicht in de inkomsten en uitgaven die de hogeschool in verband met de te subsidiëren activiteiten voorziet voor de jaren 2000 en 2001.

Artikel

10

Overige gegevens

De hogeschool geeft tevens inzicht in:

  • a.

    de met scholen voor primair onderwijs gesloten respectievelijk te sluiten samenwerkingsovereenkomsten betreffende de onderwerpen, genoemd in artikel 8, eerste lid;

  • b.

    de voorzieningen die de hogeschool heeft getroffen voor een actieve en kosteloze overdracht van de tussen- en eindresultaten van activiteiten en ontwikkelde producten naar lerarenopleidingen buiten de eigen hogeschool en naar andere betrokkenen;

  • c.

    de inzet van de middelen die zijn verkregen op grond van artikel 5.1 van de Regeling bekostiging Hoger Onderwijs, en de activiteiten die specifiek daarmee worden verricht naast de activiteiten, bedoeld in artikel 8, eerste lid.

Artikel

11

Indiening subsidieaanvraag

Paragraaf

3

Subsidieverlening

Artikel

12

Advies voorafgaand aan subsidieverlening

De minister beslist over de subsidieverlening mede op basis van het advies van de commissie, bedoeld in artikel 13.

Artikel

13

Tijdelijke commissie 'Vernieuwing lerarenopleiding basisonderwijs'

Artikel

14

Tijdvak subsidieverlening

Subsidie wordt verleend voor de periode 2000 tot en met 2001.

Artikel

15

Niet vervullen begrotingsvoorwaarde

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel

16

Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien het advies van de commissie, bedoeld in artikel 13, daartoe aanleiding geeft.

Paragraaf

4

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

17

Informatieplicht

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid

Paragraaf

5

Subsidievaststelling

Artikel

18

Financieel verslag

Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

19

Accountantsverklaring

Artikel

20

Controleprotocol accountant

De subsidieontvanger bedingt bij de accountant, bedoeld in artikel 19, eerste lid, dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig een door de minister vast te stellen controleprotocol.

Artikel

21

Verslag van activiteiten per instelling

Paragraaf

6

Betaling

Artikel

22

Voorschotten

De minister verstrekt jaarlijks per hogeschool een voorschot voor activiteiten, ten hoogste gelijk aan het jaarbedrag voor die hogeschool, genoemd in de bijlage bij deze regeling.

Paragraaf

7

Slotbepalingen

Artikel

23

Bekendmaking

Deze regeling wordt met de toelichting en de bijlage geplaatst in Uitleg OCenW-Regelingen. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel

24

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling is geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2000.

Artikel

25

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vernieuwing lerarenopleidingen basisonderwijs 2000 en 2001.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappendrs. L.M.L.H.A.Hermans