degene die een opleiding volgt als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van het besluit,
•
cursusgeldperiode:
periode die gelijk is aan de duur van de opleiding met een maximum van een studiejaar,
•
cursusgeldplichtige:
cursist of indien deze minderjarig is, de wettelijke vertegenwoordiger,
•
lesgeld:
krachtens artikel 5, tweede lid, van de wet voor het desbetreffende studiejaar vastgestelde bedrag,
•
lesgeldplichtige:
degene die krachtens de wet lesgeld is verschuldigd,
•
Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en, voor wat betreft het landbouwonderwijs, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Artikel
2
Onderwijskaart
Vervallen
Artikel
3
Bewijs van uitschrijving
Vervallen
Artikel
4
Termijnbetaling lesgeld bij inschrijving na 30 september
1
Indien de lesgeldplichtige een opdracht tot automatische incasso voor betaling van het lesgeld in een of meer termijnen heeft verstrekt en de onderwijsdeelnemer na 30 september van het studiejaar wordt ingeschreven, wordt de eerste termijn afgeschreven in de maand volgend op de maand van inschrijving.
2
Vervallen.
Artikel
5
Bijzondere vorm van dagonderwijs
1
Als een bijzondere vorm van dagonderwijs, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel c, van het besluit, wordt aangemerkt het door een gedetineerde onderwijsdeelnemer in het kader van een justitieel behandelplan volgen van onderwijs dat wordt verzorgd door een reguliere onderwijsinstelling.
2
Bij een aanvraag tot vrijstelling van lesgeld in geval van een inschrijving als bedoeld in het eerste lid, wordt een verklaring van de justitiële inrichting overgelegd waaruit blijkt dat de onderwijsdeelnemer daar is geïnterneerd en in het kader van een justitieel behandelplan onderwijs volgt.
onderdeel c, van het besluit: afschrift van of uittreksel uit de akte van overlijden van de onderwijsdeelnemer, of verklaring van een daartoe bevoegd arts, niet zijnde de behandelend arts van de onderwijsdeelnemer waaruit blijkt dat de onderwijsdeelnemer in het desbetreffende studiejaar redelijkerwijs geen onderwijs meer kan volgen,
d.
onderdeel d, van het besluit juncto artikel 6, onderdeel a: afschrift van of uittreksel uit de akte van overlijden van de partner van de onderwijsdeelnemer, of verklaring van een daartoe bevoegd arts, niet zijnde de behandelend arts van de partner van de onderwijsdeelnemer,
e.
onderdeel d, van het besluit juncto artikel 6, onderdeel b: afschrift van of uittreksel uit de akte van overlijden van het familielid van de onderwijsdeelnemer, of verklaring van een daartoe bevoegd arts, niet zijnde de behandelend arts van het familielid van de onderwijsdeelnemer,
Het inschrijvingsformulier, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het besluit, bestaat uit 2, wat de gegevens betreft, gelijkluidende delen. Na inschrijving van de cursist is een deel bestemd voor het bevoegd gezag en een deel voor de cursusgeldplichtige.
2
Het ingevulde inschrijvingsformulier bevat naast de in artikel 9, tweede lid, van het besluit genoemde gegevens in ieder geval:
a.
geboortedatum en geslacht van de cursist en, indien deze minderjarig is, van de wettelijke vertegenwoordiger,
b.
datum waarop de cursist is ingeschreven,
c.
cursusgeldperiode waarvoor de inschrijving geldt,
d.
categorie van opleidingen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van het besluit waarvoor de cursist is ingeschreven, en
e.
ondertekening door de cursusgeldplichtige.
Artikel
10
Bewijs van uitschrijving cursus
1
Het bewijs van uitschrijving, genoemd in artikel 10 van het besluit, bestaat uit 2, wat de gegevens betreft, gelijkluidende delen. Na uitschrijving van de cursist is een deel bestemd voor het bevoegd gezag en een deel voor de cursusgeldplichtige.
2
Het ingevulde bewijs van uitschrijving bevat in ieder geval:
a.
naam van de cursusgeldplichtige,
b.
naam van de cursist
c.
datum waarop de inschrijving is beëindigd,
d.
naam van de onderwijsinstelling.
Artikel
11
Hoogte lesgeld
Het lesgeld, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van het besluit, wordt voor het cursusjaar 2025–2026 na toepassing van artikel 3a, tweede lid, van het besluit vastgesteld op € 1.458.
Artikel
12
Hoogte cursusgeldtarieven
De cursusgeldtarieven, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van het besluit, worden voor het cursusjaar 2025–2026 na toepassing van artikel 15, tweede lid, van het besluit als volgt vastgesteld:
a.
voor opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de assistent-opleiding, de entreeopleiding en de basisberoepsopleiding: € 303.
b.
voor opleidingen beroepsonderwijs voor zover het betreft de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding: € 735.
c.
voor opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een diploma als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of onderdelen van dat diploma: € 0,97 voor elke 45 minuten onderwijs, berekend op basis van het normatieve aantal minuten onderwijs per jaar van de opleiding waarvoor inschrijving heeft plaatsgevonden.
Artikel
13
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2000.
Artikel
14
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Les- en cursusgeldwet.
De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappenDrs. K.Y.I.J.Adelmund