Besluit van 22 juli 2000, houdende regels inzake het gebruik van geweld door defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak (Besluit geweldgebruik defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak)

Besluit geweldgebruik defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 19 juli 1999, nr. CWW88/014, directie juridische zaken, afdeling wet- en regelgeving;
De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 18 oktober 1999, no. W07.99.0370/II/K.);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Defensie van 14 juli 2000, nr. CWW88/014/2000003070;
De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

1a

Artikel

2

Dit besluit is niet van toepassing op het gebruik van geweld door bewakers in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak tijdens een internationaal gewapend conflict of een intern gewapend conflict als bedoeld in de gemeenschappelijke artikelen 2 en 3 van de op 12 augustus 1949 tot stand gekomen Verdragen van Genève (Trb. 1951, 72 t/m 75), alsmede de op 12 december 1977 te Bern tot stand gekomen Aanvullende Protocollen (Trb. 1980, 87 en 88).

Paragraaf

2

Algemene geweldsbepalingen

Artikel

3

Het gebruik van een geweldmiddel ter uitvoering van de bewakings- en beveiligingstaak is uitsluitend toegestaan aan een bewaker:

  • a.

    aan wie dat geweldmiddel rechtens is toegekend, en

  • b.

    die in het gebruik van dat geweldmiddel is geoefend.

Artikel

4

Indien de bewaker onder leiding van een ter plaatse aanwezige meerdere optreedt, gebruikt hij geen geweld dan na een vooraf gegeven uitdrukkelijke last van deze meerdere. De meerdere geeft daarbij aan van welk geweldmiddel gebruik wordt gemaakt.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Bij gebruik van fysiek geweld dan wel een geweldmiddel wordt in verhouding tot het beoogde doel de meest lichte vorm van geweld gebruikt en worden de daaraan verbonden risico's zo veel mogelijk beperkt.

Artikel

8

Paragraaf

3

Vuurwapens

Artikel

9

Artikel

10

Bij gebruik van een vuurwapen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, wordt het volgende in acht genomen:

  • a.

    zwaar lichamelijk letsel of erger wordt zo veel mogelijk voorkomen;

  • b.

    zo mogelijk wordt op de benen geschoten;

  • c.

    risico's voor derden worden zo veel mogelijk vermeden.

Artikel

11

De bewaker mag slechts uit voorzorg een vuurwapen ter hand nemen indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een situatie als bedoeld in artikel 9 ontstaat, waarin hij bevoegd is het vuurwapen te gebruiken. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het ter hand nemen van het vuurwapen beëindigd.

Paragraaf

4

Handboeien

Artikel

12

Paragraaf

5

Slotbepalingen

Artikel

13

Het Besluit geweldgebruik krijgsmacht in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak wordt ingetrokken.

Artikel

14

Met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst treden in werking:

  • a.

    de wet van 24 september 1998 tot wijziging van de Rijkswet geweldgebruik krijgsmacht in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak (Stb. 11), en

  • b.

    dit besluit.

Artikel

15

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit geweldgebruik defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.

Tavarnelle
Beatrix
De Minister van Defensie, F. H. G. de Grave
De Minister van Justitie, A. H. Korthals