Regeling impuls beroeponderwijs voor landelijke organen 2000

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Gelet op artikel 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister:

    de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

  • b.

    wet:

    de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • c.

    landelijk orgaan:

    een landelijk orgaan als bedoeld in artikel 1.5.1 van de wet;

  • d.

    een project:

    een samenhangend geheel van werkzaamheden gericht op de doelstelling, bedoeld in artikel 2;

  • e.

    vmbo:

    voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs verzorgd aan een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, dan wel een scholengemeenschap waarvan in elk geval een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of een school voor voorbereidend beroepsonderwijs deel uitmaakt als bedoeld in artikel 21, eerste lid, tweede volzin, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

  • f

    bo:

    het beroepsonderwijs bedoeld in de wet;

  • g

    hbo:

    het hoger beroepsonderwijs, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • h

    Vereniging Colo:

    de vereniging voor landelijke organen beroepsonderwijs.

Artikel

2

Doel

Het doel van de regeling is het verlenen van aanspraak op een aanvullende vergoeding aan landelijke organen en subsidie aan de Vereniging Colo ten behoeve van projecten met als doelstelling:

  • a.

    het verbeteren van de aansluiting tussen de structuren van het vmbo en het bo;

  • b.

    het verbeteren van de aansluiting tussen de structuren van het bo en het hbo;

  • c.

    het verbeteren van de programmatische aansluiting tussen vmbo en bo;

  • d.

    het verbeteren van de programmatische aansluiting tussen bo en hbo;

  • e.

    het verbeteren van de aansluiting tussen het onderwijs van het bo en de praktijk van het beroep, zoals dat wordt uitgevoerd in het leerbedrijf.

Artikel

3

Hoogte van de aanvullende vergoeding

Artikel

4

Voorwaarden

Artikel

5

Rapportages

Artikel

6

Verantwoording

Artikel

7

Terugvordering

De aanvullende vergoeding respectievelijk de subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van een aanvrager, indien:

  • a.

    er uiterlijk 1 mei 2001 geen eindrapportage is ingediend bij de minister;

  • b.

    de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt;

  • c.

    het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd;

  • d.

    de ontvanger van de aanvullende vergoeding respectievelijk de subsidie heeft gehandeld in strijd met de aan de aanvullende vergoeding verbonden verplichtingen, of

  • e.

    de ontvanger van de aanvullende vergoeding respectievelijk de subsidie kennelijk in strijd met het doel van de aanvullende vergoeding respectievelijk de subsidie heeft gehandeld.

Artikel

8

Bekendmaking

Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel

9

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na dagtekening van Uitleg OCenW-Regelingen waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

10

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling impuls beroeponderwijs voor landelijke organen 2000.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappenDrs. L. M. L. H.A. Hermans