Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden

De Minister van Justitie,
Gezien op de adviezen van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 4 maart 1999, kenmerk 74766798, 27 september 1999, kenmerk 789741/99, 14 december 1999, kenmerk 805820/99 en 21 december 1999, kenmerk 796162/99;

Besluit:

Hoofdstuk

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    wet:

    de Penitentiaire beginselenwet;

  • b.

    besluit:

    de Penitentiaire maatregel;

  • c.

    maatschappelijk risico: het risico dat de gedetineerde vormt voor de maatschappij, in termen van maatschappelijke onrust, algemeen gevaar voor de openbare orde of de veiligheid van personen en de orde en de veiligheid binnen de inrichting;

  • d.

    risicoprofiel:

    de aanduiding van het vlucht- en maatschappelijk risico van een gedetineerde;

  • e.

    opgelegde vrijheidsstraf:

    de opgelegde vrijheidsstraf, dan wel het totaal van de opgelegde vrijheidsstraffen zonder aftrek van de vervroegde invrijheidstelling;

  • f.

    divisiedirecteur GW/VB: de directeur van de divisie Gevangeniswezen en Vreemdelingenbewaring van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;

  • fa.

    divisiedirecteur IZ: de directeur van de divisie Individuele Zaken van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;

  • g.

    GRIP: het Gedetineerden Recherche Intelligencepunt van de Eenheid Landelijke Expertise en Operaties;

  • h.

    forensische zorg: zorg als bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg en artikel 2 van de Regeling forensische zorg;

  • i.

    basisprogramma: het in een inrichting aangeboden dagprogramma;

  • j.

    plusprogramma: het in een gevangenis aangeboden programma bestaande uit de onderdelen van het basisprogramma, aangevuld met extra onderwijsfaciliteiten, gekwalificeerde arbeid of arbeid met meer vrijheden, gedragsinterventies, extra re-integratieactiviteiten alsmede de mogelijkheid om het tijdstip van deelname aan bepaalde activiteiten aan te geven;

  • k.

    promotie: beslissing tot het plaatsen van een gedetineerde in een plusprogramma op grond van goed gedrag van de gedetineerde;

  • l.

    degradatie: beslissing tot intrekking van promotie.

  • m.

    arrestant:

    • een al dan niet onherroepelijk veroordeelde die is aangehouden nadat hij zich heeft onttrokken aan de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf of de voorlopige hechtenis;

    • een veroordeelde die is aangehouden nadat ten aanzien van hem de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf is gelast;

    • een persoon die is aangehouden nadat hij zich heeft onttrokken aan de vervangende hechtenis als bedoeld in artikel 24c juncto artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, aan de gijzeling als bedoeld in artikel 28 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften of aan de lijfsdwang als bedoeld in artikel 577c juncto artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht;

    • een tot vrijheidsstraf veroordeelde die niet gedetineerd is op het moment waarop de rechterlijke uitspraak onherroepelijk wordt en die geen gehoor heeft gegeven aan een oproep tot het ondergaan van zijn vrijheidsstraf;

    • een veroordeelde die is aangehouden nadat zijn voorwaardelijke invrijheidstelling is herroepen;

  • n.

    levenslanggestrafte: een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een levenslange gevangenisstraf plaatsvindt;

  • o.

    voortgezet crimineel handelen: handelen van een gedetineerde dat is gericht op:

    • het voortzetten van dan wel deelnemen aan een samenwerkingsverband dat het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft;

    • het ongeoorloofd beïnvloeden van het eigen dan wel van een ander strafproces; of

    • het anderszins begaan van ernstige misdrijven;

  • p.

    zelfmelder: een tot vrijheidsstraf veroordeelde die niet is gedetineerd op het moment waarop de rechterlijke uitspraak onherroepelijk wordt en die zichzelf heeft gemeld bij de inrichting na daartoe te zijn opgeroepen.

Artikel

1a

Indien de veroordeling tot een vrijheidsstraf nog niet onherroepelijk is, wordt het strafrestant voor de toepassing van deze regeling berekend op grond van de veroordeling waartegen het rechtsmiddel is aangewend.

Hoofdstuk

Ia

Promoveren en degraderen

Artikel

1b

Uitgesloten van dit hoofdstuk

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op gedetineerden aan wie de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders onherroepelijk is opgelegd.

Artikel

1d

Beslissing tot promoveren en degraderen

Artikel

1e

Uitgesloten van promotie of het plusprogramma

Hoofdstuk

II

Beveiligingsniveau

Artikel

2

Beperkt beveiligde afdeling

Artikel

2a

Vervallen

Artikel

3

Beperkt beveiligde inrichting of afdeling

Vervallen

Artikel

4

Normaal beveiligde inrichting of afdeling

In normaal beveiligde inrichtingen of afdelingen kunnen gedetineerden worden geplaatst die niet in aanmerking komen voor plaatsing in een inrichting of afdeling met een ander beveiligingsniveau.

Artikel

5

Uitgebreid beveiligde inrichting of afdeling

In uitgebreid beveiligde inrichtingen of afdelingen kunnen gedetineerden worden geplaatst die een hoog vlucht- of maatschappelijk risico vormen.

Artikel

6

Extra beveiligde inrichting

Hoofdstuk

III

Regimes

Artikel

7

Gemeenschapsregime

In een gemeenschapsregime worden gedetineerden geplaatst die niet zijn geplaatst in een individueel regime.

Artikel

8

Vervallen

Artikel

9

Sober regime van beperkte gemeenschap

Vervallen

Artikel

10

Extra beveiligd regime van beperkte gemeenschap

Vervallen

Artikel

11

Individueel regime

In het individueel regime kunnen gedetineerden worden geplaatst die op grond van hun persoonlijkheid, gedrag of andere persoonlijke omstandigheden, de aard van het door hen gepleegde delict, of de aard van het delict van het plegen waarvan zij worden verdacht een ernstig beheersrisico vormen voor zichzelf of anderen en ten gevolge daarvan niet in staat dan wel ongeschikt zijn in een gemeenschapsregime te functioneren of te verblijven.

Hoofdstuk

IIIa

Toewijzing verblijfsruimte in inrichting of afdeling

Artikel

11a

Hoofdstuk

IV

Inrichtingen en afdelingen voor bijzondere opvang

Artikel

12

Pieter Baan Centrum (PBC)

Artikel

13

Afdeling voor intensief toezicht (AIT)

In de afdeling voor intensief toezicht kunnen gedetineerden worden geplaatst die:

  • a.

    een hoog vluchtrisico vormen, al dan niet met behulp van derden;

  • b.

    een hoog risico vormen op ernstig voortgezet crimineel handelen vanuit detentie;

  • c.

    een hoog risico vormen op aanhoudende ongeoorloofde contacten met de buitenwereld met een maatschappelijk ontwrichtend karakter.

Artikel

14

Forensische Observatie- en Begeleidingsafdeling (FOBA)

Vervallen

Artikel

15

Individuele Begeleidingsafdelingen (IBA)

Vervallen

Artikel

16

Inrichtingen voor de bijzondere opvang van psychologisch onvolwassenen (JOVO)

Vervallen

Artikel

17

Inrichtingen of afdelingen voor moeders met kinderen

Artikel

18

Penitentiair Selectie Centrum (PSC)

Vervallen

Artikel

19

Justitieel Medisch Centrum (PZ)

In het Justitieel Medisch Centrum kunnen gedetineerden worden geplaatst:

  • a.

    die medische behandeling behoeven waarvoor opname in een ziekenhuis geïndiceerd is,

  • b.

    ten aanzien van wie het vermoeden bestaat dat zij voorwerpen in hun lichaam hebben verborgen die een ernstig gevaar kunnen vormen voor de gezondheid van de gedetineerde, of

  • c.

    die langdurig extra medische verzorging behoeven en ten gevolge daarvan niet of zeer moeilijk in een reguliere inrichting of afdeling kunnen verblijven.

Artikel

20

Verslaafden Begeleidingsafdeling (VBA)

Vervallen

Artikel

20a

Terroristen Afdeling (TA)

In de Terroristen Afdeling worden gedetineerden geplaatst die:

  • a.

    verdacht worden van een terroristisch misdrijf;

  • b.

    al dan niet onherroepelijk veroordeeld zijn wegens een terroristisch misdrijf;

  • c.

    voor of tijdens hun detentie een boodschap van radicalisering verkondigen of verspreiden daaronder mede begrepen wervingsactiviteiten voor doeleinden die in strijd zijn met de openbare orde en veiligheid dan wel de orde of veiligheid in de inrichting;

tenzij uit informatie van het GRIP of het Openbaar Ministerie voortvloeit dat plaatsing op een Terroristen Afdeling niet is geïndiceerd.

Artikel

20b

Inrichtingen voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen

Artikel

20c

Penitentiair Psychiatrisch Centrum

In het Penitentiair Psychiatrisch Centrum kunnen gedetineerden worden geplaatst ten aanzien van wie:

  • a.

    in verband met een psychiatrische stoornis, een persoonlijkheidsstoornis, psychosociale problematiek, verslavingsproblematiek of een verstandelijke beperking, forensische zorg is geïndiceerd;

  • b.

    in verband met de vraag of forensische zorg is geïndiceerd, nadere observatie is vereist.

Hoofdstuk

V

Selectie

Artikel

21

Aanwijzingen

Indien de selectiefunctionaris voornemens is van de aanwijzingen, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de wet af te wijken, stelt hij het openbaar ministerie dan wel de autoriteiten die de straf of maatregel hebben opgelegd daarvan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte.

Artikel

22

Risicoprofiel

Artikel

23

Selectie-adviescommissie

De divisiedirecteur IZ kan ten behoeve van de selectie van gedetineerden voor een bepaalde categorie inrichtingen of afdelingen een selectie-adviescommissie instellen.

Er is in ieder geval:

  • een selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting welke adviseert over de plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting;

  • een selectie-adviescommissie geestelijk gestoorde gedetineerden welke adviseert over plaatsing krachtens artikel 6.4 van het Besluit forensische zorg.

Artikel

24

Selectie en plaatsing van gedetineerden vóór veroordeling in eerste aanleg

Artikel

25

Selectie en plaatsing van al dan niet onherroepelijk veroordeelden

Artikel

26

Plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht (AIT) en een extra beveiligde inrichting (EBI)

Artikel

26a

Een in een Terroristen Afdeling verblijvende gedetineerde als bedoeld in artikel 20a onder b die eenderde deel van de aan hem onherroepelijk opgelegde vrijheidstraf of vrijheidsbenemende maatregel heeft ondergaan en wiens strafrestant tenminste vier maanden en ten hoogste één jaar bedraagt, wordt uit de Terroristen Afdeling geplaatst, tenzij:

  • a.

    er sprake is van een uitlevering of dreigende uitlevering;

  • b.

    er sprake is van een verhoogd maatschappelijk risico bij ontvluchting;

  • c.

    er gedurende het laatste jaar van het verblijf op de Terroristen Afdeling sprake is geweest van het verkondigen of verspreiden van een boodschap van radicalisering daaronder mede begrepen wervingsactiviteiten voor doeleinden die in strijd zijn met de openbare orde en veiligheid dan wel de orde of veiligheid in de inrichting.

Artikel

26b

De selectiefunctionaris neemt ten aanzien van gedetineerden als bedoeld in art. 20a onder c ambtshalve elke twaalf maanden een besluit omtrent de verlenging van het verblijf in een Terroristen Afdeling. De eerste besluitvorming over verlenging of beëindiging van het verblijf in een Terroristen Afdeling vindt plaats twaalf maanden na de plaatsing van betrokkene in een Terroristen Afdeling.

Hoofdstuk

VI

Plaatsing in een justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden

Artikel

28

Plaatsing van onherroepelijk veroordeelden tot een vrijheidsstraf aan wie tevens de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd in een justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, met toepassing van artikel 13, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht

Vervallen

Artikel

29

Jaarlijkse beoordeling tijdens de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf als bedoeld in artikel 44 van het besluit

Vervallen

Hoofdstuk

VII

Plaatsing in het Justitieel Medisch Centrum of in een ziekenhuis

Artikel

32

Plaatsing in het Justitieel Medisch Centrum

Artikel

33

Plaatsing in een algemeen ziekenhuis op grond van artikel 42, vierde lid, van de wet

Artikel

34

Plaatsing in de Forensische Observatie- en Begeleidingsafdeling

Vervallen

Hoofdstuk

IIX

Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel

Artikel

35

De volgende regelingen worden ingetrokken:

  • 05-11-1999, 798621/99/DJI. Wijziging criteria POI-plaatsing.

  • 01-02-1999, 744495/99/DJI. Herziening selectie en plaatsingsprocedure gedetineerden.

  • 16-09-1998, 713085/98/DJI. Selectie van gedetineerden behorend tot de categorie arrestant.

  • 24-03-1998, 673100/98/DJI. Wijziging criteria HOI-plaatsing.

  • 26-09-1997, 653291/97/DJI. De Regeling plaatsing veroordeelden gevangenisstraf en TBS.

  • 22-08-1997, 646188/97/DJI. Herziening Selectie- en Plaatsingsprocedure extra beveiligde inrichting.

  • 18-07-1997, 638818/97/DJI. Sober regime.

  • 25-01-1996, 536910/96/DJI. Plaatsingsprocedure IBA's HvB.

  • 04-08-1995, 505887/95/DJI. Selectie en (over)plaatsing van jeugdigen.

  • 30-12-1994, 442883/94/DJI. Selectie & detentiebegeleiding langgestraften.

  • 12-08-1994, 451672/94/DJ. Detentiefasering; overplaatsing van gedetineerden naar halfopen inrichtingen in de laatste fase van de detentie.

  • 28-07-1993, 377359/93/DJ. Detentiefasering; overplaatsing van gedetineerden naar halfopen inrichtingen in de laatste fase van de detentie.

  • 25-02-1993, 229622/93/DJ. 1. Dagdetentie Groningen; 2. Beleidskader dagdetentie.

  • 14-02-1992, 017877/92/DJ. Uitbreiding van begeleiding van het experiment dagdetentie naar een aantal grotere gemeenten.

  • 02-12-1991, 168236/91/DJ. Onderbrenging kortgestrafte volwassenen in het ressort Amsterdam - HvB Het schouw te Amsterdam.

  • 26-09-1990, 294469 DJ 90. Herziening selectie en plaatsingsprocedure Open inrichtingen.

  • 17-04-1990, 141139 DJ 90. Voortzetting experiment dagdetentie te Rotterdam.

  • 12-05-1987, 214/387. Regeling begrip `werkelijke straftijd'.

  • 18-05-1981, 331/381. Differentiatie inrichtingen voor vrouwelijke gedetineerden.

  • 02-04-1979, 275/379. Richtlijnen voor de selectie en plaatsing van kortgestrafte jeugdigen en van kortgestrafte volwassenen.

  • 07-06-1978, 133/378. Richtlijnen voor de selectie- en detentiebegeleiding van langgestraften en van tot gevangenisstraf veroordeelden die tevens ter beschikking van de regering zijn gesteld.

Artikel

36

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2000.

Artikel

37

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van JustitieA.H.Korthals

Bijlage

1

Stimuleren en ontmoedigen

Gewenst gedrag in het kader van re-integratie/resocialisatie

Ongewenst gedrag in het kader van re-integratie/resocialisatie

Ontoelaatbaar gedrag dat leidt tot directe degradatie

– Een gedetineerde doorloopt de benodigde screening/ diagnostiek en intake.

– Een gedetineerde werkt actief mee aan het opstellen van het eigen D&R-plan, met inbegrip van een plan van aanpak op de basisvoorwaarden.

– Een gedetineerde voert het D&R-plan uit.

– Een gedetineerde doorloopt niet de benodigde screening/diagnostiek en intake.

– Een gedetineerde werkt niet mee aan het opstellen van het eigen D&R-plan, met inbegrip van een plan van aanpak op de basisvoorwaarden.

– Een gedetineerde voert het D&R-plan niet uit.

– Een gedetineerde keert verwijtbaar te laat of niet terug van verlof.

– Een gedetineerde brengt in de inrichting verboden goederen binnen, handelt daarin of heeft deze in bezit.

– Een gedetineerde gedraagt zich fysiek agressief of bedreigt personeel of een medegedetineerde ernstig.

– Een gedetineerde ontvlucht de inrichting, dan wel onderneemt een poging daartoe.

– Een gedetineerde wordt vervolgd voor het in detentie plegen dan wel medeplegen van een misdrijf.

– Een gedetineerde gebruikt alcohol drugs, of weigert een drugstest af te nemen of fraudeert bij het afnemen van de test.

Gewenst gedrag in het kader van verblijf en leefbaarheid

Ongewenst gedrag in het kader van verblijf en leefbaarheid

– Een gedetineerde werkt mee aan het dagprogramma.

– Een gedetineerde werkt mee aan arbeid.

– Een gedetineerde houdt zich aan (huis)regels.

– Een gedetineerde houdt zich aan afspraken.

– Een gedetineerde laat zich aanspreken op gedrag.

– Een gedetineerde gebruikt geen alcohol of drugs en werkt mee aan drugstesten (urinecontroles).

– Een gedetineerde werkt niet mee aan het dagprogramma.

– Een gedetineerde werkt niet mee aan arbeid.

– Een gedetineerde houdt zich niet aan (huis)regels.

– Een gedetineerde houdt zich niet aan afspraken.

– Een gedetineerde laat zich niet aanspreken op gedrag.

Bijlage

2

Stimuleren en Ontmoedigen (Vris)

Gewenst gedrag in het kader van re-integratie/resocialisatie in land van herkomst

Ongewenst gedrag in het kader van re-integratie/resocialisatie in land van herkomst

Ontoelaatbaar gedrag dat leidt tot directe degradatie

– Een gedetineerde doorloopt de benodigde screening/diagnostiek en intake.

– Een gedetineerde werkt actief mee aan het opstellen van het eigen terugkeerplan, met inbegrip van een plan van aanpak op de basisvoorwaarden.

– Een gedetineerde voert het terugkeerplan uit.

– Een gedetineerde doorloopt niet de benodigde screening/diagnostiek en intake.

– Een gedetineerde werkt niet mee aan het opstellen van het eigen terugkeerplan, met inbegrip van een plan van aanpak op de basisvoorwaarden.

– Een gedetineerde voert het terugkeerplan niet uit.

– Een gedetineerde keert verwijtbaar te laat of niet terug van verlof.

– Een gedetineerde brengt in de inrichting verboden goederen binnen, handelt daarin of heeft deze in bezit.

– Een gedetineerde gedraagt zich fysiek agressief of bedreigt personeel of een medegedetineerde ernstig.

– Een gedetineerde ontvlucht de inrichting, dan wel onderneemt een poging daartoe.

– Een gedetineerde wordt vervolgd voor het in detentie plegen dan wel medeplegen van een misdrijf.

– Een gedetineerde gebruikt alcohol of drugs, weigert een drugstest af te nemen of fraudeert bij het afnemen van de test.

Gewenst gedrag in het kader van verblijf en leefbaarheid

Ongewenst gedrag in het kader van verblijf en leefbaarheid

– Een gedetineerde werkt mee aan het dagprogramma.

– Een gedetineerde werkt mee aan arbeid.

– Een gedetineerde houdt zich aan (huis)regels.

– Een gedetineerde houdt zich aan afspraken.

– Een gedetineerde laat zich aanspreken op gedrag.

– Een gedetineerde gebruikt geen alcohol of drugs en werkt mee aan drugstesten (urinecontroles).

– Een gedetineerde werkt niet mee aan het dagprogramma.

– Een gedetineerde werkt niet mee aan arbeid.

– Een gedetineerde houdt zich niet aan (huis)regels.

– Een gedetineerde houdt zich niet aan afspraken.

– Een gedetineerde laat zich niet aanspreken op gedrag.