Regeling zeegaande passagiersschepen in nationale vaart

Regeling zeegaande passagiersschepen in nationale vaart

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Vervoer van de Nederlandse Antillen en met de Minister van Vervoer en Communicatie van Aruba;
Gelet op richtlijn nr. 98/18/EG van de Raad van de Europese Unie van 17 maart 1998 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen (PbEG L 144), op artikel 5, eerste lid, van de Schepenwet en op artikel 5, tweede lid, van het Schepenbesluit 1965;

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Deze regeling is van toepassing op nieuwe passagiersschepen, op bestaande passagiersschepen van ten minste 24 meter lang en op hogesnelheidspassagiersvaartuigen, wanneer zij voor binnenlandse reizen over zee gebruikt worden.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Een wijziging van:

  • a.

    de definities van artikel 2, onder a, b, c, d en t, van de richtlijn;

  • b.

    de bepalingen betreffende de procedures en richtlijnen die van toepassing zijn op de in artikel 10 van de richtlijn bedoelde onderzoeken;

  • c.

    de bepalingen van bijlage I van de richtlijn;

    gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

Artikel

8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling zeegaande passagiersschepen in nationale vaart.

Artikel

9

Deze regeling treedt voor Nederland en Aruba in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt gepubliceerd, en voor de Nederlandse Antillen op een nader te bepalen tijdstip.

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant, de Curaçaosche Courant en het Afkondigingsblad van Aruba geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos

Bijlage als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling zeegaande passagiersschepen in nationale vaart