Verordening opleiding kandidaat-notarissen

Verordening opleiding kandidaat-notarissen

De ledenraad van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie KNB,
Overwegende dat het gewenst is regels te stellen met betrekking tot de opleiding voor kandidaat-notarissen;
Gezien het ontwerp van het bestuur met bijbehorende toelichting;
Gelet op de adviezen van de kamers van toezicht;
Gelet op de adviezen van de ringen;

stelt de navolgende verordening vast:

Onderwijsprogramma

Artikel

1

Het bestuur van de KNB stelt een onderwijsreglement vast, waarin de volgende onderwerpen nader worden geregeld:

  • a.

    de aanvangsdata van de opleiding;

  • b.

    de cursusonderdelen van de opleiding;

  • c.

    de hoogte van het cursusgeld en het examengeld.

Examen

Artikel

2

Het bestuur van de KNB stelt een examenreglement vast, waarin de volgende onderwerpen nader worden geregeld:

  • a.

    de inhoud van de examens;

  • b.

    de wijze waarop de examens worden afgenomen;

  • c.

    de eisen voor de toelating tot de examens;

  • d.

    de personen die bevoegd zijn het examen af te nemen.

Vrijstelling

Artikel

3

Cursus- en examengeld

Artikel

4

Het door de kandidaat-notaris verschuldigde cursus- en examengeld komt ten laste van het kantoor waar de kandidaat-notaris werkzaam is.

Slotbepalingen

Artikel

5

Alle reglementen worden vastgesteld nadat de ledenraad daarover is geraadpleegd. De reglementen worden zo spoedig mogelijk na vaststelling ter kennis van het ministerie van Justitie gebracht.

Artikel

6

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening opleiding kandidaat-notarissen.

Artikel

7

Deze verordening treedt in werking met ingang 1 oktober 2000 of zoveel later als de termijn van tien dagen na publicatie in de Staatscourant als bedoeld in artikel 91 lid 2 Wet op het notarisambt is verstreken.

Utrecht

Goedgekeurd door de Staatssecretaris van Justitie bij brief d.d. 15 september 2000, nr. 5052256/00/06.