Het vacatiegeld, bedoeld in artikel 62, eerste lid, bedraagt per zaak van het centrale tuchtcollege:
€ 203,29 voor de voorzitter en plaatsvervangende voorzitter,
€ 113,45 voor de rechtsgeleerde leden en plaatsvervangende rechtsgeleerde leden.
Artikel
2
Het vacatiegeld, bedoeld in artikel 62, eerste lid, bedraagt per zaak van de regionale tuchtcolleges:
€ 180,60 voor de voorzitter en plaatsvervangende voorzitter,
€ 113,45 voor de rechtsgeleerde leden en plaatsvervangende rechtsgeleerde leden.
Artikel
3
Indien er een zaak van het centrale tuchtcollege onderscheidenlijk van de regionale tuchtcolleges sprake is van een vooronderzoek, bedraagt het vacatiegeld € 149,75 per vooronderzoek.
Artikel
4
1
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2
Ten aanzien van het vacatiegeld voor de voorzitters en plaatsvervangende voorzitters werkt deze regeling terug tot en met 1 januari 1999.
3
Ten aanzien van het vacatiegeld voor de rechtsgeleerde leden en plaatsvervangende rechtsgeleerde leden werkt deze regeling terug tot en met 1 december 1997.
4
Ten aanzien van het gestelde in artikel 3 werkt deze regeling terug tot en met 1 december 1997.
Artikel
5
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vacatiegelden voorzitters en rechtsgeleerde leden.
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.Borst-Eilers