Besluit van 6 oktober 2000, houdende tijdelijke regels voor specifieke uitkeringen aan provincies en regionale openbare lichamen in verband met vervoermanagement (Tijdelijk besluit specifieke uitkering vervoermanagement)

Tijdelijk besluit specifieke uitkering vervoermanagement

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 18 juli 2000, nr. CDJZ/WBI/2000–1004, Centrale Directie Juridische Zaken, na overleg met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën;
De Raad van State gehoord het advies van 31 augustus 2000, nr. W09.00.0332/V;
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 september 2000, nr. CDJZ/WBI/2000-1159, uitgebracht na overleg met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

  • b.

    uitkeringsjaar: het jaar waarin de uitkering wordt verstrekt;

  • c.

    vervoermanagement: de zorg van binnen de provincie of het regionaal openbaar lichaam gevestigde bedrijven en instellingen voor personenvervoer voor het zo beperkt mogelijk houden van het autogebruik;

  • d.

    uitkeringsontvanger: de provincie die of het regionaal openbaar lichaam dat een uitkering ontvangt op basis van dit besluit.

Artikel

2

Op basis van dit besluit wordt een specifieke uitkering verstrekt aan de provincies en de regionale openbare lichamen, met als doel:

  • a.

    de integratie van vervoermanagement in het beleid van de provincies en de regionale openbare lichamen;

  • b.

    het ten behoeve van vervoermanagement bieden van een adequaat voorzieningenniveau aan binnen de provincies of regionale openbare lichamen gevestigde bedrijven.

Artikel

3

Het uitkeringsbedrag dat wordt verleend in de jaren 2001 tot en met 2004 bedraagt in euro’s per provincie per jaar:

Groningen

34 033,52

Friesland

34 033,52

Drenthe

34 033,52

Overijssel

54 453,63

Flevoland

52 184,72

Gelderland

260 923,62

Utrecht

226 890,11

Noord-Holland

376 637,58

Zuid-Holland

553 611,86

Zeeland

34 033,52

Noord-Brabant

328 990,66

Limburg

52 184,72

Artikel

4

Het uitkeringsbedrag dat wordt verleend in de jaren 2001 en 2002 bedraagt in euro’s per regionaal openbaar lichaam per jaar:

voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeenten Enschede en Hengelo zijn gelegen

68 067, 03

voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeenten Arnhem en Nijmegen zijn gelegen

142 940,77

voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeente Utrecht is gelegen

583 107,58

voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeente Amsterdam is gelegen

671 594,72

voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeente 's-Gravenhage is gelegen

376 637,58

voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeente Rotterdam is gelegen

512 771,64

voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeenten Eindhoven en Helmond zijn gelegen

140 671,87

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

9

Artikel

10

Onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen en voorschotten kunnen binnen acht weken na de vaststelling van de uitkering, wijziging of intrekking daarvan worden teruggevorderd.

Artikel

11

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel

12

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit specifieke uitkering vervoermanagement.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, T. Netelenbos
De Minister van Justitie, A. H. Korthals