Artikel
1
(De Raad)
Er is een Interdepartementale Voorlichtingsraad, hierna te noemen 'de Raad'.
Besluit:
Er is een Interdepartementale Voorlichtingsraad, hierna te noemen 'de Raad'.
De Raad heeft tot taak de Minister-President en - via de Ministerraad - de Ministers desgevraagd of uit eigen beweging te adviseren over het communicatiebeleid van de Rijksoverheid.
Tot de in het vorige lid genoemde taak behoort mede:
de advisering over het beheer van de interdepartementale voorlichtingsinfrastructuur;
de advisering over de coördinatie en uitvoering van interdepartementale communicatieactiviteiten, waarvoor door het ministerie van Algemene Zaken en de overige ministeries financiële middelen ter beschikking zijn respectievelijk worden gesteld;
het opstellen van een jaarprogramma over te behandelen beleidsthema's.
De directeuren Voorlichting van de Ministeries en de plaatsvervangend hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst, zijn lid van de Raad.
De Raad en de Commissies als bedoeld in artikel 5 kunnen geen besluiten nemen wanneer minder dan de helft van het aantal leden of hun plaatsvervangers aanwezig is.
Ten aanzien van in te stellen of ingestelde Commissies kan de Raad beslissen over de inhoud van de opdracht aan de Commissie alsmede over het voorzitterschap en de samenstelling en werkwijze van de Commissie. Indien het onderwerp van advisering daartoe aanleiding geeft, kunnen ook externen deel uitmaken van een Commissie.
De Raad en, onverminderd het bepaalde in artikel 5 lid 2, de Commissies kunnen regels vaststellen omtrent de te volgen werkwijze, waaronder de wijze van verslaglegging, de vergaderfrequentie en de voorbereiding van adviezen.
Het Presidium is belast met de voorbereiding van de vergaderingen alsmede met het jaarlijkse werkprogramma van de Raad.
De Raad en de Commissies kunnen terzake van de uitvoering van hun taken externe deskundigen inschakelen. Voorzover hieraan kosten zijn verbonden kunnen deze ten laste van het Ministerie van Algemene Zaken gebracht worden, indien hiertoe voorafgaand door de Minister van Algemene Zaken toestemming is gegeven.
De Rijksvoorlichtingsdienst van het ministerie van Algemene Zaken voert het secretariaat van de Raad en het Presidium. De raad bepaalt of het secretariaat van een commissie wordt gevoerd door de Rijksvoorlichtingsdienst of door de voorlichtingsdienst van een ander ministerie.
Tot de werkzaamheden van het secretariaat behoren onder andere de voorbereiding van de vergaderingen van de Raad en zo nodig die van de Commissies, de uitvoering van de aldaar genomen besluiten waaronder begrepen de doorgeleiding van de adviezen naar de in artikel 2 lid 1 bedoelde functionarissen.
De Minister-President kan besluiten de taken en het functioneren van de Raad en haar Commissies te doen evalueren.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit zal worden aangehaald als: Instellingsbesluit Voorlichtingsraad Rijksoverheid.
Dit besluit wordt in de Staatscourant geplaatst.