Artikel
I
In afwijking van artikel 1 van de Beschikking vaststelling quota suiker en isoglucose 19811 worden de quota, bedoeld in artikel 27 van verordening (EG) nr. 2038/1999 van de Raad van de Europese Unie van 13 september 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PbEG 199, L 252) voor het verkoopseizoen 2000/2001 als volgt vastgesteld:
-
1.
voor wat betreft witte suiker:
-
a.
voor de Coöperatie Cosun U.A. te Breda: 415.289,625 ton als A-quotum en 108.403,671 ton als B-quotum; het verschil met het vorige A-quotum bedraagt 15.960,375 ton en met het vorige B-quotum 4.167,108 ton;
-
b.
voor de CSM suiker B.V. te Amsterdam: 249.173,775 ton als A-quotum en 66.833,729 ton als B-quotum; het verschil met het vorige A-quotum bedraagt 9.576,225 ton en met het vorige B-quotum 2.568,492 ton.
-
a.
-
2.
voor wat betreft isoglucose:
voor Amylum Nederland B.V. te Koog aan de Zaan: 7.159,8 ton als A-quotum en 1686,3 ton als B-quotum; het verschil met het vorige A-quotum bedraagt 266,2 ton en met het vorige B-quotum 62,7 ton.
-
3.
voor wat betreft inulinestroop:
voor de Sensus Operations C.V. te Roosendaal 63.935,3 ton suiker/isoglucose-equivalent als A-quotum en 15.058,5 ton suiker/isoglucose-equivalent als B-quotum; het verschil met het vorige A-quotum bedraagt 2.058,7 ton en met het vorige B-quotum 483,5 ton.