Artikel
1
Met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt aan de openbaarheid van de naar het Algemeen Rijksarchief overgebrachte archiefbescheiden van de archieven van de Opbouwdienst/Afwikkelingsbureau Opbouwdienst/Nederlandse Arbeidsdienst/Arbeidsdienst voor Meisjes/Bureau Afwikkeling Nederlandse Arbeidsdienst, 1940-1968, de volgende beperking gesteld:
-
1.
Raadpleging van bescheiden die betrekking hebben op nog levende personen, zoals vermeld in de inventarisnummers 57-130, 135-206, 237, 238, 256-665, 684, 685, 687-756, 772-776, 840-853 is slechts mogelijk na ondertekening door de onderzoeker van het door het Algemeen Rijksarchief gehanteerde Formulier voor toestemming tot raadpleging van niet-openbare archieven; een exemplaar van dit formulier is als bijlage bij dit besluit gevoegd.
-
2.
Het formulier, bedoeld in het eerste lid, kan achterwege blijven indien:
-
a.
de onderzoeker inzage vraagt in een dossier dat betrekking heeft op hemzelf;
-
b.
de onderzoeker kan aantonen dat de persoon in wiens dossier hij inzage wil hebben is overleden;
-
c.
de onderzoeker een verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat de persoon op wie een dossier betrekking heeft toestemming geeft voor inzage;
-
d.
er in de gevraagde dossiers geen namen van nog levende personen voorkomen.
-
a.
-
3.
Het formulier, bedoeld in het eerste lid, blijft achterwege indien een periode van 75 jaar na afsluiting van het betrokken dossier is verstreken.