Regeling Leonardo da Vinci-II

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
In overeenstemming met de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij,
Gelet op artikel 2.1 van de "Bepalingen betreffende de verantwoordelijkheden van de lidstaten en de Commissie voor wat betreft de nationale agentschappen in het kader van de algemene richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van de tweede fase van het programma "Leonardo da Vinci" en op artikel 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene Bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    de Bepalingen: de "Bepalingen betreffende de verantwoordelijkheden van de lidstaten en de Commissie voor wat betreft de nationale agentschappen in het kader van de algemene richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van de tweede fase van het programma "Leonardo da Vinci" (CLII/27A/99-NI-Def);

  • b.

    minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • c.

    CINOP: het Centrum voor innovatie van opleidingen te 's-Hertogenbosch;

  • d.

    NUFFIC: de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs;

  • e.

    Leonardo da Vinci-besluit: het Besluit van 26 april 1999 tot vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma inzake beroepsopleiding "Leonardo da Vinci" (1999/382/EG);

  • f.

    Leonardo da Vinci-II: de tweede fase van het actieprogramma voor de ontwikkeling van een beleid van de Europese gemeenschap inzake beroepsopleiding "Leonardo da Vinci", bedoeld in artikel 1 van het Leonardo da Vinci-besluit;

  • g.

    werkprogramma: het werkprogramma, bedoeld in artikel 3.3 van de Bepalingen.

  • h.

    Awb: de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

2

Nationaal agentschap Leonardo da Vinci-II

Artikel

3

Samenwerking met NUFFIC

Artikel

4

Van toepassing zijnde bepalingen van de Awb

Op de subsidie bedoeld in deze regeling is Titel 4.2, met inbegrip van afdeling 4.2.8, van de Awb van overeenkomstige toepassing.

Artikel

5

Procedures met betrekking tot de indiening van voorstellen voor Leonardo da Vinci-II

Aan het CINOP wordt overeenkomstig afdeling 10.1.1 van de AWB de bevoegdheid tot het vaststellen van de procedures en voorzieningen met betrekking tot de indiening van de voorstellen, bedoeld in het Leonardo da Vinci-besluit, bijlage I, deel III, punt 1 (procedure A) en 2 (procedure B), gemandateerd.

Artikel

6

Mandaat van besluiten

Hoofdstuk

2

Subsidieverlening

Artikel

7

Subsidieverlening

Artikel

8

Subsidieaanvraag

Artikel

9

Begrotingsvoorbehoud

Subsidieverlening geschiedt onder voorbehoud van het beschikbaar stellen van middelen door de begrotingswetgever.

Artikel

10

Voorschotten

De minister verleent het CINOP jaarlijks een voorschot tot ten hoogste 80% van het subsidiebedrag.

De minister kan een voorschot verstrekken na ontvangst van het werkprogramma en de begroting.

Hoofdstuk

3

Subsidieverplichtingen

Artikel

11

Goedkeuring werkprogramma en overeenkomst met de Europese Commissie

Artikel

12

Voorafgaande instemming met activiteiten

Het CINOP behoeft de instemming van de minister voor het indienen van projectvoorstellen en voor het deelnemen als partner in een project in het kader van Leonardo da Vinci-II.

Artikel

13

Verslag van activiteiten

Artikel

14

Financiële verantwoording

Artikel

15

Verstrekken van inlichtingen; verschaffen van toegang

Artikel

16

Overeenkomsten met contractanten

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

17

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling is geplaatst en werkt terug tot en met 1 februari 2000.

Artikel

18

Bekendmaking

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel

19

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Leonardo da Vinci-II.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappendrs. L.M.L.M.A.Hermans