Regeling experiment meerjarenafspraken openbaar vervoer 2000

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op artikel 3 van de Wet personenvervoer;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
minister:

Minister van Verkeer en Waterstaat;

b.
wet:

Wet personenvervoer;

c.
overheid:

in artikel 2 genoemde overheid;

d.
bijdrage:

financiële bijdrage voor exploitatie van openbaar vervoer, bedoeld in artikel 35 van de wet;

e.
meerjarenafspraak:

tussen een overheid en de minister gesloten bestuursovereenkomst over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder wordt afgeweken van de berekening van de bijdrage.

Artikel

2

Deze regeling is van toepassing op de provincie Groningen, de gemeente Groningen, de provincie Drenthe, het Knooppunt Arnhem-Nijmegen, de gemeente Amersfoort en de gemeente Leeuwarden voorzover deze met de minister een meerjarenafspraak hebben gesloten.

Artikel

3

Artikel

4

Indien artikel 74, onderdeel a, van het Besluit personenvervoer wordt toegepast kan, in afwijking daarvan, bij het berekenen van de bijdrage:

  • a.

    de demografische en geografische kenmerken per overheid onderdeel vormen van de rekenfactor of,

  • b.

    de demografische en geografische kenmerken per overheid van het jaar 2000, aangepast met de wijzigingen van loonkosten en prijzen, als bedoeld in artikel 46, tweede lid, van de wet worden vastgesteld.

Artikel

5

In afwijking van artikel 46, tweede lid, van de wet, kan aanpassing van de bijdrage geschieden na afloop van het jaar waarvoor de bijdrage is vastgesteld als gevolg van wijzigingen van loonkosten en prijzen, tot herstel van een technische onjuistheid in de vaststelling van de bijdrage dan wel op basis van de in dat jaar gerealiseerde vervoeropbrengsten.

Artikel

6

Een meerjarenafspraak bevat ten minste de volgende onderwerpen:

  • a.

    het doel van de meerjarenafspraak;

  • b.

    de wijze van berekening van de rekenfactor, bedoeld in artikel 3;

  • c.

    de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het meenemen in de berekening van de demografische en geografische kenmerken per overheid;

  • d.

    de wijze waarop de bijdrage kan worden aangepast op basis van artikel 5;

  • e.

    een informatieplicht over de voortgang van de meerjarenafspraak van de overheid;

  • f.

    de wijze waarop verantwoording over de uitvoering van de verplichtingen wordt gegeven;

  • g.

    een beschrijving van het evaluatieonderzoek;

  • h.

    de looptijd van de meerjarenafspraak.

Artikel

8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

9

De regeling wordt aangehaald als: Regeling experiment meerjarenafspraken openbaar vervoer 2000.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos