financiële bijdrage voor exploitatie van openbaar vervoer, bedoeld in artikel 35 van de wet;
e.
meerjarenafspraak:
tussen een overheid en de minister gesloten bestuursovereenkomst over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder wordt afgeweken van de berekening van de bijdrage.
Artikel
2
Deze regeling is van toepassing op de provincie Groningen, de gemeente Groningen, de provincie Drenthe, het Knooppunt Arnhem-Nijmegen, de gemeente Amersfoort en de gemeente Leeuwarden voorzover deze met de minister een meerjarenafspraak hebben gesloten.
Artikel
3
1
In afwijking van de artikelen 72 en 73 van het Besluit personenvervoer wordt bij de berekening van de bijdrage voor het jaar 2001 uitgegaan van de landelijke rekenfactor van het jaar 2000, gecorrigeerd met de in dat jaar vastgestelde vervoerafhankelijke kenmerken dichtheid en dunheid per overheid, als bedoeld in artikel 5 van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001, aangepast met de in dat jaar toegepaste wijzigingen van loonkosten en prijzen, als bedoeld in artikel 46, tweede lid van de wet.
2
De berekening van de bijdrage voor het jaar 2001 gaat uit van de rekenfactor als bedoeld in het eerste lid, aangepast met het aandeel van de overheid in de jaarlijkse taakstelling van € 15.882.307,56 voor de overheden, bedoeld in artikel 68 van het Besluit personenvervoer.
Artikel
4
Indien artikel 74, onderdeel a, van het Besluit personenvervoer wordt toegepast kan, in afwijking daarvan, bij het berekenen van de bijdrage:
a.
de demografische en geografische kenmerken per overheid onderdeel vormen van de rekenfactor of,
b.
de demografische en geografische kenmerken per overheid van het jaar 2000, aangepast met de wijzigingen van loonkosten en prijzen, als bedoeld in artikel 46, tweede lid, van de wet worden vastgesteld.
Artikel
5
In afwijking van artikel 46, tweede lid, van de wet, kan aanpassing van de bijdrage geschieden na afloop van het jaar waarvoor de bijdrage is vastgesteld als gevolg van wijzigingen van loonkosten en prijzen, tot herstel van een technische onjuistheid in de vaststelling van de bijdrage dan wel op basis van de in dat jaar gerealiseerde vervoeropbrengsten.
Artikel
6
Een meerjarenafspraak bevat ten minste de volgende onderwerpen:
a.
het doel van de meerjarenafspraak;
b.
de wijze van berekening van de rekenfactor, bedoeld in artikel 3;
c.
de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het meenemen in de berekening van de demografische en geografische kenmerken per overheid;
d.
de wijze waarop de bijdrage kan worden aangepast op basis van artikel 5;
e.
een informatieplicht over de voortgang van de meerjarenafspraak van de overheid;
f.
de wijze waarop verantwoording over de uitvoering van de verplichtingen wordt gegeven;