Beperkende bepalingen openbaarheid archiefbescheiden Bureau invordering

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

Artikel

1

Met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt aan de openbaarheid van de naar het Algemeen Rijksarchief overgebrachte archiefbescheiden van het archief van het Bureau Invordering van het ministerie van Binnenlandse Zaken (1942) 1945-1960 (1976), de hierna volgende beperking gesteld.

Artikel

2

De directeur van het Algemeen Rijksarchief verplicht zich de archiefbescheiden in goede staat te bewaren of te doen bewaren, overeenkomstig het bij of krachtens de Archiefwet 1995 bepaalde.

Artikel

3

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt gepubliceerd.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.G. deVries

Bijlage

NAAM EN VOORLETTERS

:

BEZOEKERSNUMMER

:

ADRES

:

POSTCODE EN WOONPLAATS

:

bezig met een onderzoek naar

:

vraagt hierbij toestemming tot het raadplegen van het archief:

NUMMER TOEGANG:

De gegevens uit dit archief zullen eventueel worden vastgelegd in een scriptie/dissertatie/artikel in een (wetenschappelijk) periodiek/boek.

Het onderzoek vindt plaats aan (instelling)

onder leiding van

Ondergetekende verklaart hierbij dat hij/zij

1. de uit bovengenoemde bescheiden verkregen gegevens slechts voor bovengenoemd doel zal aanwenden en niets zal publiceren of op andere wijze openbaar maken waardoor het recht van een ieder op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer geschonden wordt of bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke of rechtspersonen, dan wel derden, onevenredig bevoordeeld of benadeeld kunnen worden;

2. met het oog op deze bescherming van nog levende personen niet tot publicatie van gegevens uit dit archief zal overgaan dan na schriftelijke toestemming van de directeur Algemeen Rijksarchief of diens gemachtigde, aan wie daartoe de te publiceren passages vooraf dienen te worden voorgelegd;

3. de overige gegevens uit dit archief die hem/haar ter kennis zullenkomen en waarover geen toestemming tot publicatie is verkregen voor eigen studie zal gebruiken en deze niet aan derden zal mededelen.

Indien de directeur Algemeen Rijksarchief of diens gemachtigde afwijzend beschikt op een verzoek tot raadpleging of een verzoek tot publicatie van gegevens uit dit archief, zullen de motieven die tot deze afwijzing hebben geleid, aangegeven worden.

De geldigheidsduur van de toestemming bedraagt twaalf maanden. Indien het beoogde doel na afloop van deze periode niet is verwezenlijkt, kan een verzoek tot verlenging worden ingediend.

Handtekening aanvrager,

Gezien en akkoord:

de directeur Algemeen Rijksarchief

voor deze,

(mw. drs. F. van Anrooij).

datum:

datum: