Subsidieregeling extra opleidingsplaats oogheelkunde

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
minister:

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b.
ziekenhuis:

het Universitair Medisch Centrum Utrecht, het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit Amsterdam, het Academisch Ziekenhuis Groningen, het Academisch Ziekenhuis Nijmegen, het Leids Universitair Medisch Centrum, het Academisch Ziekenhuis Maastricht, het Academisch Medisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam en het Oogziekenhuis Rotterdam;

c.
bevoegd gezag:

de raad van bestuur van een ziekenhuis;

d.
extra opleidingsplaats oogheelkunde:

een opleidingsplaats waarmee een arts boven de reguliere opleidingscapaciteit wordt opgeleid tot oogarts.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Tenzij in de beschikking anders is bepaald, verstrekt de minister de volgende voorschotten op de verleende subsidie: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het voor het desbetreffende jaar verleende subsidiebedrag.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst met dien verstande dat artikel 2, lid 1 en lid 2, voor het eerst wordt toegepast over het jaar 2001.

Artikel

9

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling extra opleidingsplaats oogheelkunde.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.Borst-Eilers