De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Gelet op artikel 2.2.3. van de Wet educatie beroepsonderwijs;
Besluit:
Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.
AOC: agrarisch opleidingscentrum, als bedoeld in art. 1.3.3 van de Wet educatie beroepsonderwijs;
b.
minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Artikel
2
1
Het bevoegd gezag van een AOC ontvangt een aanvullende vergoeding voor scholing van onderwijzend personeel in leerwegondersteunend onderwijs.
2
De aanvullende vergoeding bedraagt f 200,- per leerling die leerwegondersteunend onderwijs volgt aan het AOC.
3
De aanvullende vergoeding wordt berekend op basis van het aantal leerlingen dat op 1 oktober 1999 stond ingeschreven bij het AOC voor leerwegondersteunend onderwijs.
Artikel
3
1
De minister zendt het bevoegd gezag van het AOC uiterlijk 31 december 2000 een beschikking omtrent de vaststelling van de aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 2.
2
Voor de vaststelling van de aanvullende vergoeding behoeft het bevoegd gezag van de instelling geen aanvraag in te dienen.
3
De betaling van de aanvullende vergoeding vindt uiterlijk 31 december 2000 plaats.
Artikel
4
Het bevoegd gezag van het AOC verantwoordt de besteding van de aanvullende vergoeding in zijn jaarrekening.
Artikel
5
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel
6
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende vergoeding vmbo-groen scholing leerwegondersteunend onderwijs 2000.
`s-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Overeenkomstig het door de minister genomen besluit:
De directeur-generaal Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, C.J.Kalden